polycyclische aromatische koolwaterstoffen | Risico's van Stoffen

Let op!

Geprint op: 11/30/2020 om: 9:49 AM

Controleer de actualiteit van deze gegevens op: https://rvs.rivm.nl

Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen

Stofgegevens

 
Stofnaam
polycyclische aromatische koolwaterstoffen
Stofafkorting
PAKs
Engelse naam
polycyclic aromatic hydrocarbons
Synoniem
PAHs
polyaromatic hydrocarbons
Functionele stofgroep
Lijst ZZS
Lijst OSPAR
Lijst KRW prioritaire stoffen
Lijst E-PRTR
Lijst Autorisaties en restricties
Lijst Stofklassen voor luchtemissies
Chemische stofgroep
ZZS polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAKs)
2-methylnaftaleen
acenafteen
antraceen
benzo[a]pyreen
benzo[b]fluoranteen
benzo[e]pyreen
benzo[g,h,i]peryleen
benzo[j]fluoranteen
benzo[k]fluoranteen
dibenzo[a,e]pyreen
dibenzo[a,h]antraceen
dibenzo[a,h]pyreen
dibenzo[a,l]pyreen
fenantreen
fluoranteen
indeno[1,2,3-cd]pyreen
naftaleen
2-naftylamine
Emissiegegevens ZZS-Navigator
Naar lucht
Naar water

Let op!

Geprint op: 11/30/2020 om: 9:49 AM

Controleer de actualiteit van deze gegevens op: https://rvs.rivm.nl

ZZS
polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAKs) 2-methylnaftaleen
(91-57-6)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
2-naftylamine
(91-59-8)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
acenafteen
(83-32-9)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
antraceen
(120-12-7)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
benzo[a]pyreen
(50-32-8)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
benzo[b]fluoranteen
(205-99-2)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
benzo[e]pyreen
(192-97-2)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
benzo[g,h,i]peryleen
(191-24-2)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
benzo[j]fluoranteen
(205-82-3)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
benzo[k]fluoranteen
(207-08-9)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
dibenzo[a,e]pyreen
(192-65-4)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
dibenzo[a,h]antraceen
(53-70-3)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
dibenzo[a,h]pyreen
(189-64-0)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
dibenzo[a,l]pyreen
(191-30-0)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
fenantreen
(85-01-8)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
fluoranteen
(206-44-0)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
indeno[1,2,3-cd]pyreen
(193-39-5)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
naftaleen
(91-20-3)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
Specifieke naam op ZZS polycyclische aromatische koolwaterstoffen; PAKs
2-methylnaftaleen acenafteen antraceen
benzo[a]pyreen (PAK)
benzo[b]fluorantheen; benzo[e]acefenantryleen
benzo[e]pyreen
benzo[g,h,i]peryleen
benzo[j]fluorantheen
benzo[k]fluorantheen
dibenzo[a,e]pyreen (PAK) dibenz[a,h]antraceen (PAK); dibenzo[a,h]-antraceen (PAK)
dibenzo[a,h]pyreen (PAK)
indeno[1,2,3-cd]pyreen
naftaleen
Op ZZS lijst vanwege EU gevaarsindeling Annex VI van Verordening (EG) 1272/2008
Annex VI van Verordening (EG) 1272/2008
Annex VI van Verordening (EG) 1272/2008
Annex VI van Verordening (EG) 1272/2008
Annex VI van Verordening (EG) 1272/2008
Annex VI van Verordening (EG) 1272/2008
Annex VI van Verordening (EG) 1272/2008
Verordening (EU) 2020/217 tot wijziging van Verordening (EG) 1272/2008
Verordening (EU) 2020/1182 tot wijziging van Verordening (EG) 1272/2008
Op ZZS lijst vanwege REACH Kandidaatslijst voor REACH Bijlage XIV
Kandidaatslijst voor REACH Bijlage XIV
Kandidaatslijst voor REACH Bijlage XIV
Kandidaatslijst voor REACH Bijlage XIV
Kandidaatslijst voor REACH Bijlage XIV
Kandidaatslijst voor REACH Bijlage XIV
Op ZZS lijst vanwege KRW Prioritair gevaarlijke stoffen KRW lijst
Prioritair gevaarlijke stoffen KRW lijst
Prioritair gevaarlijke stoffen KRW lijst
Prioritair gevaarlijke stoffen KRW lijst
Prioritair gevaarlijke stoffen KRW lijst
Prioritair gevaarlijke stoffen KRW lijst
Prioritair gevaarlijke stoffen KRW lijst
Op ZZS lijst vanwege OSPAR OSPAR lijst van stoffen voor prioritaire actie
Op ZZS lijst vanwege EU-POP Verordening Verordening (EU) 2019/1021 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen
Datum toevoeging 2-12-2013
27-05-2016
2-12-2013
27-05-2016
2-12-2013
2-12-2013
2-12-2013
2-12-2013
2-12-2013
2-12-2013
2-12-2013
12-8-2014
2-12-2013
12-8-2014
12-8-2014
27-05-2016
12-8-2014
2-12-2013
27-05-2016
Informatieboodschap Er zijn voor deze stof geen gegevens voor RIVM stofadviezen. Stoffen kunnen echter tot een groep behoren waarvoor wel gegevens voor RIVM stofadviezen zijn opgenomen.
Stofklassen voor luchtemissies
polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAKs) 2-methylnaftaleen
(91-57-6)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
2-naftylamine
(91-59-8)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
acenafteen
(83-32-9)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
antraceen
(120-12-7)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
benzo[a]pyreen
(50-32-8)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
benzo[b]fluoranteen
(205-99-2)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
benzo[e]pyreen
(192-97-2)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
benzo[g,h,i]peryleen
(191-24-2)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
benzo[j]fluoranteen
(205-82-3)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
benzo[k]fluoranteen
(207-08-9)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
dibenzo[a,e]pyreen
(192-65-4)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
dibenzo[a,h]antraceen
(53-70-3)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
dibenzo[a,h]pyreen
(189-64-0)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
dibenzo[a,l]pyreen
(191-30-0)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
fenantreen
(85-01-8)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
fluoranteen
(206-44-0)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
indeno[1,2,3-cd]pyreen
(193-39-5)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
naftaleen
(91-20-3)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
Stofklasse voor luchtemissies MVP 1
MVP 1
MVP 1
MVP 1 MVP 1 MVP 1
MVP 1
MVP 1
MVP 1
MVP 1
MVP 1
MVP 1
MVP 1
MVP 1
MVP 1
MVP 1 MVP 1
MVP 1
MVP 1
Grensmassastroom 0,15 g/uur
0,15 g/uur
0,15 g/uur
0,15 g/uur
0,15 g/uur
0,15 g/uur
0,15 g/uur
0,15 g/uur
0,15 g/uur
0,15 g/uur
0,15 g/uur
0,15 g/uur
0,15 g/uur
0,15 g/uur
0,15 g/uur
0,15 g/uur
0,15 g/uur
0,15 g/uur
Emissiegrenswaarde 0,05 mg/Nm3
0,05 mg/Nm3
0,05 mg/Nm3
0,05 mg/Nm3
0,05 mg/Nm3
0,05 mg/Nm3
0,05 mg/Nm3
0,05 mg/Nm3
0,05 mg/Nm3
0,05 mg/Nm3
0,05 mg/Nm3
0,05 mg/Nm3
0,05 mg/Nm3
0,05 mg/Nm3
0,05 mg/Nm3
0,05 mg/Nm3
0,05 mg/Nm3
0,05 mg/Nm3
OSPAR
polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAKs)
Specifieke naam op OSPAR polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's)
Laatste revisie Achtergrond document (Organiserend land) 2009 (Noorwegen)
Autorisaties en restricties
polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAKs) 2-naftylamine
(91-59-8)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
benzo[a]pyreen
(50-32-8)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
benzo[b]fluoranteen
(205-99-2)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
benzo[e]pyreen
(192-97-2)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
benzo[g,h,i]peryleen
(191-24-2)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
benzo[j]fluoranteen
(205-82-3)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
benzo[k]fluoranteen
(207-08-9)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
dibenzo[a,h]antraceen
(53-70-3)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
indeno[1,2,3-cd]pyreen
(193-39-5)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
Specifieke naam op REACH bijlage XVII polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's)
2-Naftylamine en zouten daarvan
benzo[a]pyreen benzo[b]fluorantheen benzo[e]pyreen benzo[j]fluorantheen benzo[k]fluorantheen dibenzo[a,h]antraceen
Beperkingsvoorwaarden volgens REACH Bijlage XVII, 50. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen REACH Bijlage XVII, 12. 2-naftylamine en zouten daarvan
REACH Bijlage XVII, 50. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen
REACH Bijlage XVII, 50. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen
REACH Bijlage XVII, 50. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen
Verordening (EU) 2019/1021 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen
REACH Bijlage XVII, 50. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen
REACH Bijlage XVII, 50. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen
REACH Bijlage XVII, 50. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen
Verordening (EU) 2019/1021 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen
En beperkingsvoorwaarden volgens Verordening (EU) 2019/1021 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen
REACH Bijlage XVII, amines genoemd in Aanhangsel 8, gevormd uit Azokleurstoffen (vermelding 43)
Verordening (EU) 2019/1021 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen
Verordening (EU) 2019/1021 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen
REACH Bijlage XVII, 72. De in kolom 1 van de tabel in aanhangsel 12 vermelde stoffen
REACH Bijlage XVII, 72. De in kolom 1 van de tabel in aanhangsel 12 vermelde stoffen
Verordening (EU) 2019/1021 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen
REACH Bijlage XVII, 72. De in kolom 1 van de tabel in aanhangsel 12 vermelde stoffen
Aangevuld door: REACH Bijlage XVII, 72. De in kolom 1 van de tabel in aanhangsel 12 vermelde stoffen
REACH Bijlage XVII, 72. De in kolom 1 van de tabel in aanhangsel 12 vermelde stoffen
REACH Bijlage XVII, 72. De in kolom 1 van de tabel in aanhangsel 12 vermelde stoffen

Toelichtende voetnoten

1:

Deze stof wordt niet als individuele stof als ZZS geïdentificeerd maar valt onder de ZZS stofgroep voor PAKs. Op basis van de POP verordening worden alle PAKs als Zeer Zorgwekkende Stof geïdentificeerd.

2:

Geldt ook voor: zouten van 2-naftylamine; zouten van 2-naftaleenamine

3:

Deze stof wordt niet als individuele stof als ZZS geïdentificeerd maar valt onder de ZZS stofgroep voor PAKs. Op basis van de POP verordening worden alle PAKs als Zeer Zorgwekkende Stof geïdentificeerd.

4:

Deze stof wordt niet als individuele stof als ZZS geïdentificeerd maar valt onder een ZZS-stofgroep en was onder de NeR een MVP of ERS stof.

5:

Op de REACH kandidaatslijst wordt ook casnummer 93951-69-0 gebruikt.

6:

Deze stof wordt niet als individuele stof als ZZS geïdentificeerd maar valt onder de ZZS stofgroep voor PAKs. Op basis van de POP verordening worden alle PAKs als Zeer Zorgwekkende Stof geïdentificeerd.

1:

De stofklasse die voor deze stof in de activiteitenregeling staat is niet correct. Deze zal bij een volgende update aangepast worden naar de getoonde stofklasse.

2:

De grensmassastroom en emissiegrenswaarde voor deze stof wijken af van de algemene waarden voor de MVP 1 stofklasse. Het volgende geldt tot 1 januari 2025, daarna worden de algemene waarden voor MVP 1 van kracht: Voor deze stof geldt: a) Alle bronnen in de inrichting mogen afzonderlijk ten hoogste 5 mg/Nm3 emitteren, indien de massastroom van een stof of de som van de onder normale procesomstandigheden gedurende één uur optredende massastromen van stoffen binnen deze stofklasse vanuit al die puntbronnen, groter of gelijk is aan 200 gram per uur. Indien voor een bron geen filtrerende afscheider kan worden toegepast, emitteert deze bron afzonderlijk niet meer dan 20 milligram per normaal kubieke meter; of b) Alle bronnen in de inrichting mogen afzonderlijk ten hoogste 20 mg/Nm3emitteren, indien de massastroom van een stof of de som van de onder normale procesomstandigheden gedurende één uur optredende massastromen van stoffen binnen deze stofklasse vanuit al die puntbronnen, kleiner is dan 200 gram per uur. N.B. In bijlage 2b van de activiteitenregeling zijn de verwijzingen naar deze voetnoot weggevallen.

3:

De grensmassastroom en emissiegrenswaarde voor deze stof wijken af van de algemene waarden voor de MVP 1 stofklasse. Het volgende geldt tot 1 januari 2025, daarna worden de algemene waarden voor MVP 1 van kracht: Voor deze stof geldt: a) Alle bronnen in de inrichting mogen afzonderlijk ten hoogste 5 mg/Nm3 emitteren, indien de massastroom van een stof of de som van de onder normale procesomstandigheden gedurende één uur optredende massastromen van stoffen binnen deze stofklasse vanuit al die puntbronnen, groter of gelijk is aan 200 gram per uur. Indien voor een bron geen filtrerende afscheider kan worden toegepast, emitteert deze bron afzonderlijk niet meer dan 20 milligram per normaal kubieke meter; of b) Alle bronnen in de inrichting mogen afzonderlijk ten hoogste 20 mg/Nm3emitteren, indien de massastroom van een stof of de som van de onder normale procesomstandigheden gedurende één uur optredende massastromen van stoffen binnen deze stofklasse vanuit al die puntbronnen, kleiner is dan 200 gram per uur. N.B. In bijlage 2b van de activiteitenregeling zijn de verwijzingen naar deze voetnoot weggevallen.

1:

Met inbegrip van benzo(a)pyreen (CAS 50-32-8, EU 200-028-5), benzo(b)fluoranteen (CAS 205-99-2, EU 205-911-9), benzo(g,h,i)peryleen (CAS 191-24-2, EU 205-883-8), benzo(k)fluoranteen (CAS 207-08-9, EU 205-916-6), indeno(1,2,3-cd)pyreen (CAS 193-39-5, EU 205-893-2) en met uitzondering van antraceen, fluoranteen en naftaleen, die afzonderlijk worden vermeld.

2:

behoort tot de polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK)

3:

behoort tot de polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK)

4:

behoort tot de polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK)

5:

behoort tot de polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK)

6:

behoort tot de polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK)

1:

De volgende stoffen behorende bij de groep van polyaromatische koolwaterstoffen zijn afgevoerd van de OSPAR 'List of Substances of Possible Concern' omdat de stoffen niet voldoen aan de selectiecriteria voor persistentie van de initiele OSPAR selectieprocedure in 2001 (Referentie nr. 2001-1) en krijgen daarom geen prioriteit voor actie door OSPAR : naftaleen, 2-methyl- (CAS nr. 91-57-6); 1-fenantreen carboxylzuur, 1,2,3,4,4a,4b,5,6,10,10a-decahydro-1,4a-dimethyl-7-(1-methylethyl)-, methyl ester, [1R-(1.alfa.,4a.beta.,4b.alfa.,10a.alfa.)]- (CAS Nr. 127-25-3); 1-fenantreenmethanol, 1,2,3,4,4a,4b,5,6,7,9,10,10a-dodecahydro-1,4a-dimethyl-7-(1-methylethyl)- (CAS nr. 127-36-6); 7H-dibenzo[c,g]carbazol (CAS nr. 194-59-2); 13H-dibenzo[a,i]carbazol (CAS nr. 239-64-5); 1H-3a,7-methanoazuleen, 2,3,4,7,8,8a-hexahydro-3,6,8,8-tetramethyl-, [3R-(3alfa,3abeta,7beta,8aalfa)]- (CAS nr. 469-61-4); 1-fenantreenmethanol, 1,2,3,4,4a,4b,5,6,10,10a-decahydro-1,4a-dimethyl-7-(1-methylethyl)-, [1R-(1.alfa.,4a.beta.,4b.alfa.,10a.alfa.)]- (CAS No. 666-84-2); cedreen- (CAS nr. 11028-42-5); 1-fenantreenmethanol, tetradecahydro-1,4a-dimethyl-7-(1-methylethyl)- (CAS nr. 13393-93-6); 1-fenantreencarboxylzuur, tetradecahydro-1,4a-dimethyl-7-(1-methylethyl)-, methyl ester, [1R-(1alfa,4abeta,4balfa (CAS nr. 19941-28-7).

2:

De volgende stoffen behorende bij de groep van polyaromatische koolwaterstoffen zijn afgevoerd van de OSPAR 'List of Substances of Possible Concern' omdat de stoffen niet voldoen aan de selectiecriteria voor persistentie van de initiele OSPAR selectieprocedure in 2001 (Referentie nr. 2001-1) en krijgen daarom geen prioriteit voor actie door OSPAR : naftaleen, 2-methyl- (CAS nr. 91-57-6); 1-fenantreen carboxylzuur, 1,2,3,4,4a,4b,5,6,10,10a-decahydro-1,4a-dimethyl-7-(1-methylethyl)-, methyl ester, [1R-(1.alfa.,4a.beta.,4b.alfa.,10a.alfa.)]- (CAS Nr. 127-25-3); 1-fenantreenmethanol, 1,2,3,4,4a,4b,5,6,7,9,10,10a-dodecahydro-1,4a-dimethyl-7-(1-methylethyl)- (CAS nr. 127-36-6); 7H-dibenzo[c,g]carbazol (CAS nr. 194-59-2); 13H-dibenzo[a,i]carbazol (CAS nr. 239-64-5); 1H-3a,7-methanoazuleen, 2,3,4,7,8,8a-hexahydro-3,6,8,8-tetramethyl-, [3R-(3alfa,3abeta,7beta,8aalfa)]- (CAS nr. 469-61-4); 1-fenantreenmethanol, 1,2,3,4,4a,4b,5,6,10,10a-decahydro-1,4a-dimethyl-7-(1-methylethyl)-, [1R-(1.alfa.,4a.beta.,4b.alfa.,10a.alfa.)]- (CAS No. 666-84-2); cedreen- (CAS nr. 11028-42-5); 1-fenantreenmethanol, tetradecahydro-1,4a-dimethyl-7-(1-methylethyl)- (CAS nr. 13393-93-6); 1-fenantreencarboxylzuur, tetradecahydro-1,4a-dimethyl-7-(1-methylethyl)-, methyl ester, [1R-(1alfa,4abeta,4balfa (CAS nr. 19941-28-7).

1:

Met het oog op de rapportage van de uitstoot in de lucht moeten polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) worden gemeten als benzo(a)pyreen (50-32-8), benzo(b)fluorantheen (205-99-2), benzo(k)fluorantheen (207-08-9), indeno(1,2,3- cd)pyreen (193-39-5) (afgeleid van Verordening (EG) nr. 850/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen (PB L 229 van 29.6.2004, blz.5)).

2:

Op grond van bijlage II bij de EG-verordening PRTR wordt over 4 PAK’s gerapporteerd, namelijk benzo(a)pyreen, benzo(b)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen en Indeno(1,2,3-cd)pyreen. Voor de stofgroep PAK’s geldt een drempelwaarde van 1. Indien daarnaast een van de vier componenten afzonderlijk de drempelwaarde van 1 overschrijdt, wordt ook over deze stof individueel gerapporteerd.

3:

Tenzij anders aangegeven wordt bij rapportage van een verontreinigende stof vermeld in bijlage II de totale massa van die verontreinigende stof vermeld of, als het om een groep van verontreinigende stoffen gaat, de totale massa van de groep.

4:

Op grond van bijlage II bij de EG-verordening PRTR wordt over 4 PAK’s gerapporteerd, namelijk benzo(a)pyreen, benzo(b)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen en Indeno(1,2,3-cd)pyreen. Voor de stofgroep PAK’s geldt een drempelwaarde van 1. Indien daarnaast een van de vier componenten afzonderlijk de drempelwaarde van 1 overschrijdt, wordt ook over deze stof individueel gerapporteerd.

5:

Op grond van bijlage II bij de EG-verordening PRTR wordt over 4 PAK’s gerapporteerd, namelijk benzo(a)pyreen, benzo(b)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen en Indeno(1,2,3-cd)pyreen. Voor de stofgroep PAK’s geldt een drempelwaarde van 1. Indien daarnaast een van de vier componenten afzonderlijk de drempelwaarde van 1 overschrijdt, wordt ook over deze stof individueel gerapporteerd.

6:

Een streepje (_) geeft aan dat voor betrokken parameter en milieucompartiment geen rapportagevereiste geldt

7:

Op grond van bijlage II bij de EG-verordening PRTR wordt over 4 PAK’s gerapporteerd, namelijk benzo(a)pyreen, benzo(b)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen en Indeno(1,2,3-cd)pyreen. Voor de stofgroep PAK’s geldt een drempelwaarde van 1. Indien daarnaast een van de vier componenten afzonderlijk de drempelwaarde van 1 overschrijdt, wordt ook over deze stof individueel gerapporteerd.

8:

Een streepje (_) geeft aan dat voor betrokken parameter en milieucompartiment geen rapportagevereiste geldt

9:

Op grond van bijlage II bij de EG-verordening PRTR wordt over 4 PAK’s gerapporteerd, namelijk benzo(a)pyreen, benzo(b)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen en Indeno(1,2,3-cd)pyreen. Voor de stofgroep PAK’s geldt een drempelwaarde van 1. Indien daarnaast een van de vier componenten afzonderlijk de drempelwaarde van 1 overschrijdt, wordt ook over deze stof individueel gerapporteerd.

10:

Tenzij anders aangegeven wordt bij rapportage van een verontreinigende stof vermeld in bijlage II de totale massa van die verontreinigende stof vermeld of, als het om een groep van verontreinigende stoffen gaat, de totale massa van de groep.

11:

Tenzij anders aangegeven wordt bij rapportage van een verontreinigende stof vermeld in bijlage II de totale massa van die verontreinigende stof vermeld of, als het om een groep van verontreinigende stoffen gaat, de totale massa van de groep.

12:

Tenzij anders aangegeven wordt bij rapportage van een verontreinigende stof vermeld in bijlage II de totale massa van die verontreinigende stof vermeld of, als het om een groep van verontreinigende stoffen gaat, de totale massa van de groep.

13:

Tenzij anders aangegeven wordt bij rapportage van een verontreinigende stof vermeld in bijlage II de totale massa van die verontreinigende stof vermeld of, als het om een groep van verontreinigende stoffen gaat, de totale massa van de groep.

14:

Tenzij anders aangegeven wordt bij rapportage van een verontreinigende stof vermeld in bijlage II de totale massa van die verontreinigende stof vermeld of, als het om een groep van verontreinigende stoffen gaat, de totale massa van de groep.

15:

Tenzij anders aangegeven wordt bij rapportage van een verontreinigende stof vermeld in bijlage II de totale massa van die verontreinigende stof vermeld of, als het om een groep van verontreinigende stoffen gaat, de totale massa van de groep.

1:

BaP

2:

BbFA

3:

BeP

4:

BjFA

5:

BkFA

6:

DBAhA

7:

Wijziging restricties met geconsolideerde versie van 23 maart 2015

Let op!

Geprint op: 11/30/2020 om: 9:49 AM

Controleer de actualiteit van deze gegevens op: https://rvs.rivm.nl

Normen

Normwaarden per categorie, compartiment en stof
Categorie Compartiment/Normtype Norm polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAKs) 2-methylnaftaleen
(91-57-6)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
2-naftylamine
(91-59-8)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
acenafteen
(83-32-9)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
antraceen
(120-12-7)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
benzo[a]pyreen
(50-32-8)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
benzo[b]fluoranteen
(205-99-2)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
benzo[e]pyreen
(192-97-2)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
benzo[g,h,i]peryleen
(191-24-2)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
benzo[j]fluoranteen
(205-82-3)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
benzo[k]fluoranteen
(207-08-9)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
dibenzo[a,e]pyreen
(192-65-4)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
dibenzo[a,h]antraceen
(53-70-3)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
dibenzo[a,h]pyreen
(189-64-0)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
dibenzo[a,l]pyreen
(191-30-0)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
fenantreen
(85-01-8)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
fluoranteen
(206-44-0)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
indeno[1,2,3-cd]pyreen
(193-39-5)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
naftaleen
(91-20-3)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
Milieu Oppervlaktewater zoet log Kp l/kg (zwevend stof) 3,52 5,04 4,98 5,7 5,07 3,53 4,23 5,47 2,37
Milieu Oppervlaktewater zoet Landoppervlaktewateren Indicatief MTR (opgelost) 0,03 µg/l 9,90E-01 µg/l 1,47E-03 µg/l 1,97E-03 µg/l 5,00E-04 µg/l 1,02E-03 µg/l 4,98E-04 µg/l 2,54E-04 µg/l
Milieu Oppervlaktewater zoet Landoppervlaktewateren Indicatief MTR
Milieu Oppervlaktewater zoet Landoppervlaktewateren wettelijk JG-MKN (totaal) 0,1 µg/l 1,7E-04 µg/l 1,2 µg/l 0,0063 µg/l 2 µg/l
Milieu Oppervlaktewater zoet Landoppervlaktewateren wettelijk MAC-MKN (totaal) 0,1 µg/l 0,27 µg/l 0,017 µg/l 8,2E-03 µg/l 0,017 µg/l 7,2 µg/l 0,12 µg/l 130 µg/l
Milieu Oppervlaktewater zoet Landoppervlaktewateren JG-MKN (opgelost) 1,1 µg/l
Milieu Oppervlaktewater zoet Landoppervlaktewateren MAC-MKN (opgelost) 6,7 µg/l
Milieu Oppervlaktewater zoet Landoppervlaktewateren VR (opgelost) 0,011 µg/l
Milieu Oppervlaktewater zoet Landoppervlaktewateren VR (totaal) 3 ng/l 0,012 µg/l
Milieu Oppervlaktewater zout Andere oppervlaktewateren wettelijk JG-MKN (totaal) 0,1 µg/l 1,7E-04 µg/l 1,1 µg/l 0,0063 µg/l 2 µg/l
Milieu Oppervlaktewater zout Andere oppervlaktewateren wettelijk MAC-MKN (totaal) 0,1 µg/l 0,027 µg/l 0,017 µg/l 8,2E-04 µg/l 0,017 µg/l 6,7 µg/l 0,12 µg/l 130 µg/l
Milieu Oppervlaktewater zout Andere oppervlaktewateren JG-MKN (opgelost) 1,1 µg/l
Milieu Oppervlaktewater zout Andere oppervlaktewateren MAC-MKN (opgelost) 6,7 µg/l
Milieu Oppervlaktewater zout Andere oppervlaktewateren VR (opgelost) 0,011 µg/l
Milieu Oppervlaktewater zout Andere oppervlaktewateren VR (totaal) 0,011 µg/l
Milieu Oppervlaktewater voor drinkwaterbereiding Oppervlaktewater voor drinkwaterbereiding (gericht op waterbeheerder) 1 µg/l
Milieu Oppervlaktewater voor drinkwaterbereiding Oppervlaktewater voor drinkwaterbereiding (gericht tot het drinkwaterbedrijf) 1 µg/l
Milieu Zwevend stof Zwevend stof MTR (droge stof) 6 mg/kg 16 mg/kg 4 mg/kg 6 mg/kg 12 mg/kg
Milieu Biota Landoppervlaktewateren Biota wettelijk MKN 5 µg/kg 30 µg/kg
Milieu Sediment Sediment MTR (standaard Sediment met 10% organisch materiaal) 810 µg/kg
Milieu Sediment Sediment MTR (droge stof) 0,1 mg/kg 3 mg/kg 8 mg/kg 2 mg/kg 0,5 mg/kg 3 mg/kg 6 mg/kg 0,1 µg/kg
Milieu Sediment Sediment VR (droge stof) 1 mg/kg 0,001 mg/kg 0,003 mg/kg 0,08 mg/kg 0,02 mg/kg 0,005 mg/kg 0,03 mg/kg 0,06 mg/kg 0,001 µg/kg
Milieu Sediment Sediment indicatief MTR
Milieu Sediment Sediment VR (standaard Sediment met 10% organisch materiaal) 8,1 µg/kg
Milieu Grond Grond interventiewaarde (droge stof) 40 mg/kg
Milieu Grond Grond VR (droge stof) 1 mg/kg 0,001 mg/kg 0,003 mg/kg 0,08 mg/kg 0,02 mg/kg 0,005 mg/kg 0,03 mg/kg 0,06 mg/kg 0,001 µg/kg
Milieu Grond Grond Indicatief MTR
Milieu Grond Grond ernstig risiconiveau
Milieu Grond Achtergrondwaarde (droge stof; bij toepassing in oppervlaktewater en voor de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam) 1,5 mg/kg
Milieu Grond Achtergrondwaarde (droge stof; bij toepassing op of in de bodem) 1,5 mg/kg
Milieu Grond Maximale waarde bodemfunctieklasse wonen / Maximale waarden kwaliteitsklasse wonen (droge stof) 6,8 mg/kg
Milieu Grond Maximale waarde bodemfunctieklasse industrie / Maximale waarde kwaliteitsklasse industrie (droge stof) 40 mg/kg
Milieu Grond Maximale waarde voor verspreiden van baggerspecie over aangrenzend perceel (droge stof)
Milieu Grond Maximale waarde grootschalige toepassingen op of in de bodem: Maximale emissiewaarde (via gestandaardiseerde uitlogingstoets met Liquid/Solid ratio 10)
Milieu Grond Maximale waarde grootschalige toepassingen op of in de bodem: Emissietoetswaarde (droge stof)
Milieu Grond Maximale waarde verspreiden baggerspecie in zoet oppervlaktewater / Maximale waarde kwaliteitsklasse A (droge stof) 9 mg/kg
Milieu Grond Interventiewaarde bodem onder oppervlaktewater / Maximale waarde kwaliteitsklasse B (droge stof) 40 mg/kg
Milieu Grond Maximale waarde verspreiden baggerspecie in zout oppervlaktewater (droge stof) 8 mg/kg
Milieu Grond Maximale waarde grootschalige toepassingen op of in de bodem onder oppervlaktewater: Maximale emissiewaarde (via gestandaardiseerde uitlogingstoets met een Liquid/Solid ratio van 10)
Milieu Grond Maximale waarde grootschalige toepassingen op of in de bodem onder oppervlaktewater: Emissietoetswaarde (droge stof)
Milieu Grondwater Grondwater streefwaarde (opgelost) 0,0007 µg/l 0,0005 µg/l 0,0003 µg/l 0,0004 µg/l 0,003 µg/l 0,003 µg/l 0,0004 µg/l 0,01 µg/l
Milieu Grondwater Grondwater interventiewaarde (opgelost) 5 µg/l 0,05 µg/l 0,05 µg/l 0,05 µg/l 5 µg/l 1 µg/l 0,05 µg/l 70 µg/l
Milieu Lucht Lucht EU-streefwaarde 0,001 µg/m3 0,001 µg/m3 0,001 µg/m3 0,001 µg/m3 0,001 µg/m3 0,001 µg/m3 0,001 µg/m3 0,001 µg/m3 0,001 µg/m3 0,001 µg/m3 0,001 µg/m3 0,001 µg/m3 1 ng/m3 0,001 µg/m3 0,001 µg/m3
Milieu Lucht Lucht VR 0,01 ng/m3
Milieu Lucht Lucht Indicatief MTR 5,95E-06 µg/m3 8,89 µg/m3
Mens Grenswaarde werknemer TGG 8 uur 550 ng/m3 550 ng/m3 50 mg/m3
Mens Grenswaarde werknemer TGG 15 min 80 mg/m3
Mens Grenswaarde werknemer Aanduiding H
Mens Drinkwater Drinkwaterkwaliteitseis - chemische parameters 0,10 µg/l 0,010 µg/l
 

Toelichtende voetnoot

102:

Maximaal toelaatbaar risiconiveau

50:

Maximaal toelaatbaar risiconiveau

33:

Jaargemiddelde milieukwaliteitsnorm (JG-MKN). Deze term werd gebruikt in de Nederlandse wetgeving onder de KRW, maar bij de laatste wijziging van het Besluit milieukwaliteitseisen water (BKMW) is de term milieukwaliteitsnorm vervangen door milieukwaliteitseis (JG-MKE). In de Regeling monitoring Kaderrichtlijn water wordt gesproken over ‘jaargemiddelde waarde van de concentratie’. Deze wijziging heeft te maken de juridische status van de getallen in beide documenten. De inhoudelijke betekenis van de getallen en de wijze van toetsing is niet veranderd en de wijziging is ook niet van toepassing op de stoffen die niet in BKMW of Regeling staan genoemd. Op deze website kiezen we er daarom voor om de term JG-MKN te blijven gebruiken, ongeacht de status van het getal.

37:

Maximaal aanvaardbare concentratie (MAC-MKN). Deze term werd gebruikt in de Nederlandse wetgeving onder de KRW, maar bij de laatste wijziging van het Besluit milieukwaliteitseisen water (BKMW) is de term milieukwaliteitsnorm vervangen door milieukwaliteitseis (MAC-MKE). In de Regeling monitoring Kaderrichtlijn water wordt gesproken over ‘Maximaal aanvaardbare waarde van de concentratie’. Deze wijziging heeft te maken de juridische status van de getallen in beide documenten. De inhoudelijke betekenis van de getallen en de wijze van toetsing is niet veranderd en de wijziging is ook niet van toepassing op de stoffen die niet in BKMW of Regeling staan genoemd. Op deze website kiezen we er daarom voor om de term MAC-MKN te blijven gebruiken, ongeacht de status van het getal.

90:

Jaargemiddelde milieukwaliteitsnorm

93:

Maximaal aanvaardbare concentratie

46:

Verwaarloosbaar risiconiveau

99:

Verwaarloosbaar risiconiveau

35:

Jaargemiddelde milieukwaliteitsnorm (JG-MKN). Deze term werd gebruikt in de Nederlandse wetgeving onder de KRW, maar bij de laatste wijziging van het Besluit milieukwaliteitseisen water (BKMW) is de term milieukwaliteitsnorm vervangen door milieukwaliteitseis (JG-MKE). In de Regeling monitoring Kaderrichtlijn water wordt gesproken over ‘jaargemiddelde waarde van de concentratie’. Deze wijziging heeft te maken de juridische status van de getallen in beide documenten. De inhoudelijke betekenis van de getallen en de wijze van toetsing is niet veranderd en de wijziging is ook niet van toepassing op de stoffen die niet in BKMW of Regeling staan genoemd. Op deze website kiezen we er daarom voor om de term JG-MKN te blijven gebruiken, ongeacht de status van het getal.

39:

Maximaal aanvaardbare concentratie (MAC-MKN). Deze term werd gebruikt in de Nederlandse wetgeving onder de KRW, maar bij de laatste wijziging van het Besluit milieukwaliteitseisen water (BKMW) is de term milieukwaliteitsnorm vervangen door milieukwaliteitseis (MAC-MKE). In de Regeling monitoring Kaderrichtlijn water wordt gesproken over ‘Maximaal aanvaardbare waarde van de concentratie’. Deze wijziging heeft te maken de juridische status van de getallen in beide documenten. De inhoudelijke betekenis van de getallen en de wijze van toetsing is niet veranderd en de wijziging is ook niet van toepassing op de stoffen die niet in BKMW of Regeling staan genoemd. Op deze website kiezen we er daarom voor om de term MAC-MKN te blijven gebruiken, ongeacht de status van het getal.

40:

Jaargemiddelde milieukwaliteitsnorm

132:

Maximaal aanvaardbare concentratie

47:

Verwaarloosbaar risiconiveau

49:

Verwaarloosbaar risiconiveau

183:

Europese milieukwaliteitseis voor oppervlaktewater dat wordt gebruikt voor de bereiding van voor menselijke consumptie bestemd water.

186:

Kwaliteitseisen voor oppervlaktewater bestemd voor de bereiding van drinkwater.

104:

Maximaal toelaatbaar risiconiveau

53:

Milieukwaliteitsnorm

56:

Maximaal toelaatbaar risiconiveau

57:

Maximaal toelaatbaar risiconiveau

59:

Verwaarloosbaar risiconiveau

61:

Maximaal toelaatbaar risiconiveau

107:

Verwaarloosbaar risiconiveau

64:

Verwaarloosbaar risiconiveau

178:

Maximaal toelaatbaar risiconiveau

79:

Verwaarloosbaar risiconiveau

80:

Maximaal toelaatbaar risiconiveau

10:

tijdgewogen gemiddelde

11:

tijdgewogen gemiddelde

185:

Wettelijk toegestane maximale concentratie in drinkwater

Voetnoten

1:

Niet van toepassing

Voor de groep prioritaire stoffen die onder polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) vallen, is de vermelde biota- MKE en de overeenkomstige JG-MKE voor water de concentratie van benzo(a)pyreen; beide MKE zijn op de toxiciteit van benzo(a)pyreen gebaseerd. Benzo(a)pyreen kan beschouwd worden als een marker voor andere PAK en derhalve dient voor de vergelijking met biota-MKE en de overeenkomstige JG-MKE in water alleen benzo(a)pyreen te worden gemonitord.

Met inbegrip van benzo(a)pyreen (CAS 50-32-8, EU 200-028-5), benzo(b)fluoranteen (CAS 205-99-2, EU 205-911-9), benzo(g,h,i)peryleen (CAS 191-24-2, EU 205-883-8), benzo(k)fluoranteen (CAS 207-08-9, EU 205-916-6), indeno(1,2,3-cd)pyreen (CAS 193-39-5, EU 205-893-2) en met uitzondering van antraceen, fluoranteen en naftaleen, die afzonderlijk worden vermeld.

2:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2015

3:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

Voor de groep prioritaire stoffen die onder polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) vallen, is de vermelde biota- MKE en de overeenkomstige JG-MKE voor water de concentratie van benzo(a)pyreen; beide MKE zijn op de toxiciteit van benzo(a)pyreen gebaseerd. Benzo(a)pyreen kan beschouwd worden als een marker voor andere PAK en derhalve dient voor de vergelijking met biota-MKE en de overeenkomstige JG-MKE in water alleen benzo(a)pyreen te worden gemonitord.

4:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

Voor de groep prioritaire stoffen die onder polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) vallen, is de vermelde biota- MKE en de overeenkomstige JG-MKE voor water de concentratie van benzo(a)pyreen; beide MKE zijn op de toxiciteit van benzo(a)pyreen gebaseerd. Benzo(a)pyreen kan beschouwd worden als een marker voor andere PAK en derhalve dient voor de vergelijking met biota-MKE en de overeenkomstige JG-MKE in water alleen benzo(a)pyreen te worden gemonitord.

5:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

Voor de groep prioritaire stoffen die onder polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) vallen, is de vermelde biota- MKE en de overeenkomstige JG-MKE voor water de concentratie van benzo(a)pyreen; beide MKE zijn op de toxiciteit van benzo(a)pyreen gebaseerd. Benzo(a)pyreen kan beschouwd worden als een marker voor andere PAK en derhalve dient voor de vergelijking met biota-MKE en de overeenkomstige JG-MKE in water alleen benzo(a)pyreen te worden gemonitord.

6:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

Voor de groep prioritaire stoffen die onder polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) vallen, is de vermelde biota- MKE en de overeenkomstige JG-MKE voor water de concentratie van benzo(a)pyreen; beide MKE zijn op de toxiciteit van benzo(a)pyreen gebaseerd. Benzo(a)pyreen kan beschouwd worden als een marker voor andere PAK en derhalve dient voor de vergelijking met biota-MKE en de overeenkomstige JG-MKE in water alleen benzo(a)pyreen te worden gemonitord.

7:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

8:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

Voor de groep prioritaire stoffen die onder polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) vallen, is de vermelde biota- MKE en de overeenkomstige JG-MKE voor water de concentratie van benzo(a)pyreen; beide MKE zijn op de toxiciteit van benzo(a)pyreen gebaseerd. Benzo(a)pyreen kan beschouwd worden als een marker voor andere PAK en derhalve dient voor de vergelijking met biota-MKE en de overeenkomstige JG-MKE in water alleen benzo(a)pyreen te worden gemonitord.

9:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

10:

Niet van toepassing

Met inbegrip van benzo(a)pyreen (CAS 50-32-8, EU 200-028-5), benzo(b)fluoranteen (CAS 205-99-2, EU 205-911-9), benzo(g,h,i)peryleen (CAS 191-24-2, EU 205-883-8), benzo(k)fluoranteen (CAS 207-08-9, EU 205-916-6), indeno(1,2,3-cd)pyreen (CAS 193-39-5, EU 205-893-2) en met uitzondering van antraceen, fluoranteen en naftaleen, die afzonderlijk worden vermeld.

11:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

12:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

13:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

14:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

15:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

16:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

17:

Niet van toepassing

18:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

19:

afgeleid van JG-MKN

20:

Niet van toepassing

Voor de groep prioritaire stoffen die onder polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) vallen, is de vermelde biota- MKE en de overeenkomstige JG-MKE voor water de concentratie van benzo(a)pyreen; beide MKE zijn op de toxiciteit van benzo(a)pyreen gebaseerd. Benzo(a)pyreen kan beschouwd worden als een marker voor andere PAK en derhalve dient voor de vergelijking met biota-MKE en de overeenkomstige JG-MKE in water alleen benzo(a)pyreen te worden gemonitord.

Met inbegrip van benzo(a)pyreen (CAS 50-32-8, EU 200-028-5), benzo(b)fluoranteen (CAS 205-99-2, EU 205-911-9), benzo(g,h,i)peryleen (CAS 191-24-2, EU 205-883-8), benzo(k)fluoranteen (CAS 207-08-9, EU 205-916-6), indeno(1,2,3-cd)pyreen (CAS 193-39-5, EU 205-893-2) en met uitzondering van antraceen, fluoranteen en naftaleen, die afzonderlijk worden vermeld.

21:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2015

22:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

Voor de groep prioritaire stoffen die onder polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) vallen, is de vermelde biota- MKE en de overeenkomstige JG-MKE voor water de concentratie van benzo(a)pyreen; beide MKE zijn op de toxiciteit van benzo(a)pyreen gebaseerd. Benzo(a)pyreen kan beschouwd worden als een marker voor andere PAK en derhalve dient voor de vergelijking met biota-MKE en de overeenkomstige JG-MKE in water alleen benzo(a)pyreen te worden gemonitord.

23:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

Voor de groep prioritaire stoffen die onder polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) vallen, is de vermelde biota- MKE en de overeenkomstige JG-MKE voor water de concentratie van benzo(a)pyreen; beide MKE zijn op de toxiciteit van benzo(a)pyreen gebaseerd. Benzo(a)pyreen kan beschouwd worden als een marker voor andere PAK en derhalve dient voor de vergelijking met biota-MKE en de overeenkomstige JG-MKE in water alleen benzo(a)pyreen te worden gemonitord.

24:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

Voor de groep prioritaire stoffen die onder polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) vallen, is de vermelde biota- MKE en de overeenkomstige JG-MKE voor water de concentratie van benzo(a)pyreen; beide MKE zijn op de toxiciteit van benzo(a)pyreen gebaseerd. Benzo(a)pyreen kan beschouwd worden als een marker voor andere PAK en derhalve dient voor de vergelijking met biota-MKE en de overeenkomstige JG-MKE in water alleen benzo(a)pyreen te worden gemonitord.

25:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

Voor de groep prioritaire stoffen die onder polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) vallen, is de vermelde biota- MKE en de overeenkomstige JG-MKE voor water de concentratie van benzo(a)pyreen; beide MKE zijn op de toxiciteit van benzo(a)pyreen gebaseerd. Benzo(a)pyreen kan beschouwd worden als een marker voor andere PAK en derhalve dient voor de vergelijking met biota-MKE en de overeenkomstige JG-MKE in water alleen benzo(a)pyreen te worden gemonitord.

26:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

27:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

Voor de groep prioritaire stoffen die onder polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) vallen, is de vermelde biota- MKE en de overeenkomstige JG-MKE voor water de concentratie van benzo(a)pyreen; beide MKE zijn op de toxiciteit van benzo(a)pyreen gebaseerd. Benzo(a)pyreen kan beschouwd worden als een marker voor andere PAK en derhalve dient voor de vergelijking met biota-MKE en de overeenkomstige JG-MKE in water alleen benzo(a)pyreen te worden gemonitord.

28:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

29:

Niet van toepassing

Met inbegrip van benzo(a)pyreen (CAS 50-32-8, EU 200-028-5), benzo(b)fluoranteen (CAS 205-99-2, EU 205-911-9), benzo(g,h,i)peryleen (CAS 191-24-2, EU 205-883-8), benzo(k)fluoranteen (CAS 207-08-9, EU 205-916-6), indeno(1,2,3-cd)pyreen (CAS 193-39-5, EU 205-893-2) en met uitzondering van antraceen, fluoranteen en naftaleen, die afzonderlijk worden vermeld.

30:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

31:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

32:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

33:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

34:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

35:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

36:

Niet van toepassing

37:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

38:

Voor deze groepsparameter wordt in het monitoringsprogramma gespecificeerd welke stoffen gemeten dienen te worden.

39:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

Voor de groep prioritaire stoffen die onder polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) vallen, is de vermelde biota- MKE en de overeenkomstige JG-MKE voor water de concentratie van benzo(a)pyreen; beide MKE zijn op de toxiciteit van benzo(a)pyreen gebaseerd. Benzo(a)pyreen kan beschouwd worden als een marker voor andere PAK en derhalve dient voor de vergelijking met biota-MKE en de overeenkomstige JG-MKE in water alleen benzo(a)pyreen te worden gemonitord.

40:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

Voor de groep prioritaire stoffen die onder polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) vallen, is de vermelde biota- MKE en de overeenkomstige JG-MKE voor water de concentratie van benzo(a)pyreen; beide MKE zijn op de toxiciteit van benzo(a)pyreen gebaseerd. Benzo(a)pyreen kan beschouwd worden als een marker voor andere PAK en derhalve dient voor de vergelijking met biota-MKE en de overeenkomstige JG-MKE in water alleen benzo(a)pyreen te worden gemonitord.

41:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

Voor de groep prioritaire stoffen die onder polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) vallen, is de vermelde biota- MKE en de overeenkomstige JG-MKE voor water de concentratie van benzo(a)pyreen; beide MKE zijn op de toxiciteit van benzo(a)pyreen gebaseerd. Benzo(a)pyreen kan beschouwd worden als een marker voor andere PAK en derhalve dient voor de vergelijking met biota-MKE en de overeenkomstige JG-MKE in water alleen benzo(a)pyreen te worden gemonitord.

42:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

Voor de groep prioritaire stoffen die onder polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) vallen, is de vermelde biota- MKE en de overeenkomstige JG-MKE voor water de concentratie van benzo(a)pyreen; beide MKE zijn op de toxiciteit van benzo(a)pyreen gebaseerd. Benzo(a)pyreen kan beschouwd worden als een marker voor andere PAK en derhalve dient voor de vergelijking met biota-MKE en de overeenkomstige JG-MKE in water alleen benzo(a)pyreen te worden gemonitord.

43:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

44:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

Voor de groep prioritaire stoffen die onder polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) vallen, is de vermelde biota- MKE en de overeenkomstige JG-MKE voor water de concentratie van benzo(a)pyreen; beide MKE zijn op de toxiciteit van benzo(a)pyreen gebaseerd. Benzo(a)pyreen kan beschouwd worden als een marker voor andere PAK en derhalve dient voor de vergelijking met biota-MKE en de overeenkomstige JG-MKE in water alleen benzo(a)pyreen te worden gemonitord.

45:

Som van naftaleen, antraceen, fenantreen, fluorantheen, benzo[a]antraceen, chryseen, benzo[k]fluorantheen, benzo[a]pyreen, benzo[ghi]peryleen en indeno[1,2,3-cd]pyreen

Geen bodemtypecorrectie bij organisch stof gehalten minder dan 10 %

46:

Voor samenstelling somparameters zie Bijlage N van de Regeling bodemkwaliteit: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/

Voor de samenstelling van de somparameters zie bijlage N van de Regeling bodemkwaliteit (http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). Bij het berekenen van een somwaarde worden voor de individuele componenten de resultaten < vereiste rapportagegrens AS3000 vermenigvuldigd met 0,7. Indien alle individuele waarden als onderdeel van de berekende waarde het resultaat < vereiste rapportagegrens AS3000 hebben, mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit van de grond of het grondwater voldoet aan de van toepassing zijnde normwaarde. Indien er voor een of meer individuele componenten een of meer gemeten gehalten (zonder < teken) zijn, dan dient de berekende waarde te worden getoetst aan de van toepassing zijnde normwaarde. Deze regel geldt ook als gemeten gehalten lager zijn dan de vereiste rapportagegrens. Het verkregen toetsingsresultaat, op basis van een berekende somwaarde waarin voor een of meer individuele componenten is gerekend met een waarde van 0,7 maal de rapportagegrens, heeft geen verplichtend karakter. De onderzoeker heeft de vrijheid onderbouwd te concluderen dat het betreffende monster niet in die mate is verontreinigd als het toetsingsresultaat aangeeft. Dit geldt bijvoorbeeld als bij een meting van PAK in het grondwater alleen naftaleen in een licht verhoogde concentratie is aangetoond en de overige PAK een waarde < vereiste rapportagegrens AS3000 hebben. Voor die overige PAK worden dan relatief hoge gehalten berekend (door de vermenigvuldiging met 0,7), waarvan kan worden onderbouwd dat die gehalten niet in het grondwater aanwezig zullen zijn gezien de immobiliteit van de betreffende stoffen.

som 10

47:

Som van naftaleen, antraceen, fenantreen, fluorantheen, benzo[a]antraceen, chryseen, benzo[k]fluorantheen, benzo[a]pyreen, benzo[ghi]peryleen en indeno[1,2,3-cd]pyreen

Geen bodemtypecorrectie bij organisch stof gehalten minder dan 10 %

48:

Voor deze stof zijn risicogrenzen voor bodem beschikbaar. Deze hebben geen officiële status als norm, maar kunnen wel worden gebruikt door het bevoegd gezag. Informatie over deze stof kunt u opvragen via de helpdesk van de website Risico's van stoffen (https://rvs.rivm.nl/vragen-enof-opmerkingen).

49:

Voor deze stof zijn risicogrenzen voor bodem beschikbaar. Deze hebben geen officiële status als norm, maar kunnen wel worden gebruikt door het bevoegd gezag. Informatie over deze stof kunt u opvragen via de helpdesk van de website Risico's van stoffen (https://rvs.rivm.nl/vragen-enof-opmerkingen).

50:

Voor deze stof zijn risicogrenzen voor bodem beschikbaar. Deze hebben geen officiële status als norm, maar kunnen wel worden gebruikt door het bevoegd gezag. Informatie over deze stof kunt u opvragen via de helpdesk van de website Risico's van stoffen (https://rvs.rivm.nl/vragen-enof-opmerkingen).

51:

Voor deze stof zijn risicogrenzen voor bodem beschikbaar. Deze hebben geen officiële status als norm, maar kunnen wel worden gebruikt door het bevoegd gezag. Informatie over deze stof kunt u opvragen via de helpdesk van de website Risico's van stoffen (https://rvs.rivm.nl/vragen-enof-opmerkingen).

52:

Voor deze stof zijn risicogrenzen voor bodem beschikbaar. Deze hebben geen officiële status als norm, maar kunnen wel worden gebruikt door het bevoegd gezag. Informatie over deze stof kunt u opvragen via de helpdesk van de website Risico's van stoffen (https://rvs.rivm.nl/vragen-enof-opmerkingen).

53:

Voor deze stof zijn risicogrenzen voor bodem beschikbaar. Deze hebben geen officiële status als norm, maar kunnen wel worden gebruikt door het bevoegd gezag. Informatie over deze stof kunt u opvragen via de helpdesk van de website Risico's van stoffen (https://rvs.rivm.nl/vragen-enof-opmerkingen).

54:

Voor deze stof zijn risicogrenzen voor bodem beschikbaar. Deze hebben geen officiële status als norm, maar kunnen wel worden gebruikt door het bevoegd gezag. Informatie over deze stof kunt u opvragen via de helpdesk van de website Risico's van stoffen (https://rvs.rivm.nl/vragen-enof-opmerkingen).

55:

som 10

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

56:

som 10

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

57:

som 10

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

58:

som 10

In oppervlaktewater wordt geen grond toegepast die niet afkomstig is van de bodem onder het oppervlaktewater en die de Maximale waarden voor de functieklasse industrie overschrijdt.

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

59:

Geen herverontreinigingsniveau bepaald, maar het betreft wel een prioritaire stof. De maximale waarde is gebaseerd op KRW-normen.

De msPAF wordt berekend voor de met X aangeduide stoffen. Indien geen waarde wordt ingevuld (bijvoorbeeld omdat de stof niet gemeten wordt) wordt gerekend met 0,7 * bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid). De baggerspecie voldoet aan de maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie op het aangrenzende perceel indien: (*) De gehalten van de gemeten stoffen lager zijn dan de Interventiewaarde bodem, niet zijnde de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, en (*) Voor organische stoffen: msPAF < 20%, en (*) Voor metalen: msPAF < 50%, waarbij voor cadmium een maximum gehalte geldt. Voor gemeten stoffen die geen deel uitmaken van de msPAF-berekening geldt de achtergrondwaarde (met uitzondering van somparamaters waarbij de individuele parameters onderdeel uitmaken van de msPAF-berekening; deze uitzondering geldt niet voor dioxine (som TEQ) waarvan PCB118 onderdeel uitmaakt). Minerale olie maakt geen deel uit van de msPAF-berekening. In plaats van de Achtergrondwaarde geldt voor deze stof de waarde, die vermeld is in de kolom 'Maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie over aangrenzend perceel'. Voor toetsing aan de achtergrondwaarden worden de toetsingsregels van de Achtergrondwaarden toegepast. Uit artikel 36 van het Besluit vloeit voort dat naast de msPAF toetsing ook een toets moet plaatsvinden aan de Interventiewaarden bodem. Voor metalen waarvoor geen Interventiewaarden bodem zijn vastgesteld, dienen de Maximale waarden bodemfunctieklasse industrie te worden gehanteerd.

60:

Geen herverontreinigingsniveau bepaald, maar het betreft wel een prioritaire stof. De maximale waarde is gebaseerd op KRW-normen.

De msPAF wordt berekend voor de met X aangeduide stoffen. Indien geen waarde wordt ingevuld (bijvoorbeeld omdat de stof niet gemeten wordt) wordt gerekend met 0,7 * bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid). De baggerspecie voldoet aan de maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie op het aangrenzende perceel indien: (*) De gehalten van de gemeten stoffen lager zijn dan de Interventiewaarde bodem, niet zijnde de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, en (*) Voor organische stoffen: msPAF < 20%, en (*) Voor metalen: msPAF < 50%, waarbij voor cadmium een maximum gehalte geldt. Voor gemeten stoffen die geen deel uitmaken van de msPAF-berekening geldt de achtergrondwaarde (met uitzondering van somparamaters waarbij de individuele parameters onderdeel uitmaken van de msPAF-berekening; deze uitzondering geldt niet voor dioxine (som TEQ) waarvan PCB118 onderdeel uitmaakt). Minerale olie maakt geen deel uit van de msPAF-berekening. In plaats van de Achtergrondwaarde geldt voor deze stof de waarde, die vermeld is in de kolom 'Maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie over aangrenzend perceel'. Voor toetsing aan de achtergrondwaarden worden de toetsingsregels van de Achtergrondwaarden toegepast. Uit artikel 36 van het Besluit vloeit voort dat naast de msPAF toetsing ook een toets moet plaatsvinden aan de Interventiewaarden bodem. Voor metalen waarvoor geen Interventiewaarden bodem zijn vastgesteld, dienen de Maximale waarden bodemfunctieklasse industrie te worden gehanteerd.

61:

Geen herverontreinigingsniveau bepaald, maar het betreft wel een prioritaire stof. De maximale waarde is gebaseerd op KRW-normen.

De msPAF wordt berekend voor de met X aangeduide stoffen. Indien geen waarde wordt ingevuld (bijvoorbeeld omdat de stof niet gemeten wordt) wordt gerekend met 0,7 * bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid). De baggerspecie voldoet aan de maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie op het aangrenzende perceel indien: (*) De gehalten van de gemeten stoffen lager zijn dan de Interventiewaarde bodem, niet zijnde de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, en (*) Voor organische stoffen: msPAF < 20%, en (*) Voor metalen: msPAF < 50%, waarbij voor cadmium een maximum gehalte geldt. Voor gemeten stoffen die geen deel uitmaken van de msPAF-berekening geldt de achtergrondwaarde (met uitzondering van somparamaters waarbij de individuele parameters onderdeel uitmaken van de msPAF-berekening; deze uitzondering geldt niet voor dioxine (som TEQ) waarvan PCB118 onderdeel uitmaakt). Minerale olie maakt geen deel uit van de msPAF-berekening. In plaats van de Achtergrondwaarde geldt voor deze stof de waarde, die vermeld is in de kolom 'Maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie over aangrenzend perceel'. Voor toetsing aan de achtergrondwaarden worden de toetsingsregels van de Achtergrondwaarden toegepast. Uit artikel 36 van het Besluit vloeit voort dat naast de msPAF toetsing ook een toets moet plaatsvinden aan de Interventiewaarden bodem. Voor metalen waarvoor geen Interventiewaarden bodem zijn vastgesteld, dienen de Maximale waarden bodemfunctieklasse industrie te worden gehanteerd.

62:

Geen herverontreinigingsniveau bepaald, maar het betreft wel een prioritaire stof. De maximale waarde is gebaseerd op KRW-normen.

De msPAF wordt berekend voor de met X aangeduide stoffen. Indien geen waarde wordt ingevuld (bijvoorbeeld omdat de stof niet gemeten wordt) wordt gerekend met 0,7 * bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid). De baggerspecie voldoet aan de maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie op het aangrenzende perceel indien: (*) De gehalten van de gemeten stoffen lager zijn dan de Interventiewaarde bodem, niet zijnde de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, en (*) Voor organische stoffen: msPAF < 20%, en (*) Voor metalen: msPAF < 50%, waarbij voor cadmium een maximum gehalte geldt. Voor gemeten stoffen die geen deel uitmaken van de msPAF-berekening geldt de achtergrondwaarde (met uitzondering van somparamaters waarbij de individuele parameters onderdeel uitmaken van de msPAF-berekening; deze uitzondering geldt niet voor dioxine (som TEQ) waarvan PCB118 onderdeel uitmaakt). Minerale olie maakt geen deel uit van de msPAF-berekening. In plaats van de Achtergrondwaarde geldt voor deze stof de waarde, die vermeld is in de kolom 'Maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie over aangrenzend perceel'. Voor toetsing aan de achtergrondwaarden worden de toetsingsregels van de Achtergrondwaarden toegepast. Uit artikel 36 van het Besluit vloeit voort dat naast de msPAF toetsing ook een toets moet plaatsvinden aan de Interventiewaarden bodem. Voor metalen waarvoor geen Interventiewaarden bodem zijn vastgesteld, dienen de Maximale waarden bodemfunctieklasse industrie te worden gehanteerd.

63:

Geen herverontreinigingsniveau bepaald, maar het betreft wel een prioritaire stof. De maximale waarde is gebaseerd op KRW-normen.

De msPAF wordt berekend voor de met X aangeduide stoffen. Indien geen waarde wordt ingevuld (bijvoorbeeld omdat de stof niet gemeten wordt) wordt gerekend met 0,7 * bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid). De baggerspecie voldoet aan de maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie op het aangrenzende perceel indien: (*) De gehalten van de gemeten stoffen lager zijn dan de Interventiewaarde bodem, niet zijnde de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, en (*) Voor organische stoffen: msPAF < 20%, en (*) Voor metalen: msPAF < 50%, waarbij voor cadmium een maximum gehalte geldt. Voor gemeten stoffen die geen deel uitmaken van de msPAF-berekening geldt de achtergrondwaarde (met uitzondering van somparamaters waarbij de individuele parameters onderdeel uitmaken van de msPAF-berekening; deze uitzondering geldt niet voor dioxine (som TEQ) waarvan PCB118 onderdeel uitmaakt). Minerale olie maakt geen deel uit van de msPAF-berekening. In plaats van de Achtergrondwaarde geldt voor deze stof de waarde, die vermeld is in de kolom 'Maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie over aangrenzend perceel'. Voor toetsing aan de achtergrondwaarden worden de toetsingsregels van de Achtergrondwaarden toegepast. Uit artikel 36 van het Besluit vloeit voort dat naast de msPAF toetsing ook een toets moet plaatsvinden aan de Interventiewaarden bodem. Voor metalen waarvoor geen Interventiewaarden bodem zijn vastgesteld, dienen de Maximale waarden bodemfunctieklasse industrie te worden gehanteerd.

64:

Geen herverontreinigingsniveau bepaald, maar het betreft wel een prioritaire stof. De maximale waarde is gebaseerd op KRW-normen.

De msPAF wordt berekend voor de met X aangeduide stoffen. Indien geen waarde wordt ingevuld (bijvoorbeeld omdat de stof niet gemeten wordt) wordt gerekend met 0,7 * bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid). De baggerspecie voldoet aan de maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie op het aangrenzende perceel indien: (*) De gehalten van de gemeten stoffen lager zijn dan de Interventiewaarde bodem, niet zijnde de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, en (*) Voor organische stoffen: msPAF < 20%, en (*) Voor metalen: msPAF < 50%, waarbij voor cadmium een maximum gehalte geldt. Voor gemeten stoffen die geen deel uitmaken van de msPAF-berekening geldt de achtergrondwaarde (met uitzondering van somparamaters waarbij de individuele parameters onderdeel uitmaken van de msPAF-berekening; deze uitzondering geldt niet voor dioxine (som TEQ) waarvan PCB118 onderdeel uitmaakt). Minerale olie maakt geen deel uit van de msPAF-berekening. In plaats van de Achtergrondwaarde geldt voor deze stof de waarde, die vermeld is in de kolom 'Maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie over aangrenzend perceel'. Voor toetsing aan de achtergrondwaarden worden de toetsingsregels van de Achtergrondwaarden toegepast. Uit artikel 36 van het Besluit vloeit voort dat naast de msPAF toetsing ook een toets moet plaatsvinden aan de Interventiewaarden bodem. Voor metalen waarvoor geen Interventiewaarden bodem zijn vastgesteld, dienen de Maximale waarden bodemfunctieklasse industrie te worden gehanteerd.

65:

Geen herverontreinigingsniveau bepaald, maar het betreft wel een prioritaire stof. De maximale waarde is gebaseerd op KRW-normen.

De msPAF wordt berekend voor de met X aangeduide stoffen. Indien geen waarde wordt ingevuld (bijvoorbeeld omdat de stof niet gemeten wordt) wordt gerekend met 0,7 * bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid). De baggerspecie voldoet aan de maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie op het aangrenzende perceel indien: (*) De gehalten van de gemeten stoffen lager zijn dan de Interventiewaarde bodem, niet zijnde de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, en (*) Voor organische stoffen: msPAF < 20%, en (*) Voor metalen: msPAF < 50%, waarbij voor cadmium een maximum gehalte geldt. Voor gemeten stoffen die geen deel uitmaken van de msPAF-berekening geldt de achtergrondwaarde (met uitzondering van somparamaters waarbij de individuele parameters onderdeel uitmaken van de msPAF-berekening; deze uitzondering geldt niet voor dioxine (som TEQ) waarvan PCB118 onderdeel uitmaakt). Minerale olie maakt geen deel uit van de msPAF-berekening. In plaats van de Achtergrondwaarde geldt voor deze stof de waarde, die vermeld is in de kolom 'Maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie over aangrenzend perceel'. Voor toetsing aan de achtergrondwaarden worden de toetsingsregels van de Achtergrondwaarden toegepast. Uit artikel 36 van het Besluit vloeit voort dat naast de msPAF toetsing ook een toets moet plaatsvinden aan de Interventiewaarden bodem. Voor metalen waarvoor geen Interventiewaarden bodem zijn vastgesteld, dienen de Maximale waarden bodemfunctieklasse industrie te worden gehanteerd.

66:

Geen herverontreinigingsniveau bepaald, maar het betreft wel een prioritaire stof. De maximale waarde is gebaseerd op KRW-normen.

De msPAF wordt berekend voor de met X aangeduide stoffen. Indien geen waarde wordt ingevuld (bijvoorbeeld omdat de stof niet gemeten wordt) wordt gerekend met 0,7 * bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid). De baggerspecie voldoet aan de maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie op het aangrenzende perceel indien: (*) De gehalten van de gemeten stoffen lager zijn dan de Interventiewaarde bodem, niet zijnde de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, en (*) Voor organische stoffen: msPAF < 20%, en (*) Voor metalen: msPAF < 50%, waarbij voor cadmium een maximum gehalte geldt. Voor gemeten stoffen die geen deel uitmaken van de msPAF-berekening geldt de achtergrondwaarde (met uitzondering van somparamaters waarbij de individuele parameters onderdeel uitmaken van de msPAF-berekening; deze uitzondering geldt niet voor dioxine (som TEQ) waarvan PCB118 onderdeel uitmaakt). Minerale olie maakt geen deel uit van de msPAF-berekening. In plaats van de Achtergrondwaarde geldt voor deze stof de waarde, die vermeld is in de kolom 'Maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie over aangrenzend perceel'. Voor toetsing aan de achtergrondwaarden worden de toetsingsregels van de Achtergrondwaarden toegepast. Uit artikel 36 van het Besluit vloeit voort dat naast de msPAF toetsing ook een toets moet plaatsvinden aan de Interventiewaarden bodem. Voor metalen waarvoor geen Interventiewaarden bodem zijn vastgesteld, dienen de Maximale waarden bodemfunctieklasse industrie te worden gehanteerd.

67:

nvt

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

68:

nvt

69:

nvt

70:

nvt

71:

nvt

72:

nvt

73:

nvt

74:

nvt

75:

nvt

76:

nvt

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

77:

nvt

78:

nvt

79:

nvt

80:

nvt

81:

nvt

82:

nvt

83:

nvt

84:

nvt

85:

som 10

De Maximale waarden kwaliteitsklasse A zijn gebaseerd op een bepaald Herverontreinigingsniveau (HVN). Voor de stoffen waarvoor geen HVN is afgeleid gelden de Achtergrondwaarden en de toetsingsregels voor de Achtergrondwaarden.

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

86:

De Maximale waarden kwaliteitsklasse A zijn gebaseerd op een bepaald Herverontreinigingsniveau (HVN). Voor de stoffen waarvoor geen HVN is afgeleid gelden de Achtergrondwaarden en de toetsingsregels voor de Achtergrondwaarden.

87:

De Maximale waarden kwaliteitsklasse A zijn gebaseerd op een bepaald Herverontreinigingsniveau (HVN). Voor de stoffen waarvoor geen HVN is afgeleid gelden de Achtergrondwaarden en de toetsingsregels voor de Achtergrondwaarden.

88:

De Maximale waarden kwaliteitsklasse A zijn gebaseerd op een bepaald Herverontreinigingsniveau (HVN). Voor de stoffen waarvoor geen HVN is afgeleid gelden de Achtergrondwaarden en de toetsingsregels voor de Achtergrondwaarden.

89:

De Maximale waarden kwaliteitsklasse A zijn gebaseerd op een bepaald Herverontreinigingsniveau (HVN). Voor de stoffen waarvoor geen HVN is afgeleid gelden de Achtergrondwaarden en de toetsingsregels voor de Achtergrondwaarden.

90:

De Maximale waarden kwaliteitsklasse A zijn gebaseerd op een bepaald Herverontreinigingsniveau (HVN). Voor de stoffen waarvoor geen HVN is afgeleid gelden de Achtergrondwaarden en de toetsingsregels voor de Achtergrondwaarden.

91:

De Maximale waarden kwaliteitsklasse A zijn gebaseerd op een bepaald Herverontreinigingsniveau (HVN). Voor de stoffen waarvoor geen HVN is afgeleid gelden de Achtergrondwaarden en de toetsingsregels voor de Achtergrondwaarden.

92:

De Maximale waarden kwaliteitsklasse A zijn gebaseerd op een bepaald Herverontreinigingsniveau (HVN). Voor de stoffen waarvoor geen HVN is afgeleid gelden de Achtergrondwaarden en de toetsingsregels voor de Achtergrondwaarden.

93:

De Maximale waarden kwaliteitsklasse A zijn gebaseerd op een bepaald Herverontreinigingsniveau (HVN). Voor de stoffen waarvoor geen HVN is afgeleid gelden de Achtergrondwaarden en de toetsingsregels voor de Achtergrondwaarden.

94:

som 10

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

95:

som 10

Bij de toetsing aan de maximale waarden voor verspreiden in zout water wordt geen bodemtype correctie toegepast.

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

96:

nvt

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

97:

nvt

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

98:

De Streefwaarden grondwater voor een aantal stoffen zijn lager dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze Streefwaarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Het hanteren van een strengere rapportagegrens mag ook, mits de gehanteerde analysemethode voldoet aan AS3000. Bij het beoordelen van het meetresultaat < rapportagegrens AS3000 mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van het grondwater voldoet aan de Streefwaarde. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder< teken), moet dit gehalte aan de Streefwaarde worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000.

Voor grondwater zijn effecten van PAK’s, chloorbenzenen en chloorfenolen indirect, als fractie van de individuele interventiewaarde, optelbaar (dat wil zeggen 0,5 x interventiewaarde stof A heeft evenveel effect als 0,5 x interventiewaarde stof B). Dit betekent dat een somformule gebruikt moet worden om te beoordelen of van overschrijding van de interventiewaarde sprake is. Er is sprake van overschrijding van de interventiewaarde voor de som van een groep stoffen indien SUM(Ci/Ii) > 1, waarbij Ci = gemeten concentratie van een stof uit een betreffende groep en Ii = interventiewaarde voor de betreffende stof uit de betreffende groep.

99:

De Streefwaarden grondwater voor een aantal stoffen zijn lager dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze Streefwaarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Het hanteren van een strengere rapportagegrens mag ook, mits de gehanteerde analysemethode voldoet aan AS3000. Bij het beoordelen van het meetresultaat < rapportagegrens AS3000 mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van het grondwater voldoet aan de Streefwaarde. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder< teken), moet dit gehalte aan de Streefwaarde worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000.

Voor grondwater zijn effecten van PAK’s, chloorbenzenen en chloorfenolen indirect, als fractie van de individuele interventiewaarde, optelbaar (dat wil zeggen 0,5 x interventiewaarde stof A heeft evenveel effect als 0,5 x interventiewaarde stof B). Dit betekent dat een somformule gebruikt moet worden om te beoordelen of van overschrijding van de interventiewaarde sprake is. Er is sprake van overschrijding van de interventiewaarde voor de som van een groep stoffen indien SUM(Ci/Ii) > 1, waarbij Ci = gemeten concentratie van een stof uit een betreffende groep en Ii = interventiewaarde voor de betreffende stof uit de betreffende groep.

100:

De Streefwaarden grondwater voor een aantal stoffen zijn lager dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze Streefwaarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Het hanteren van een strengere rapportagegrens mag ook, mits de gehanteerde analysemethode voldoet aan AS3000. Bij het beoordelen van het meetresultaat < rapportagegrens AS3000 mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van het grondwater voldoet aan de Streefwaarde. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder< teken), moet dit gehalte aan de Streefwaarde worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000.

Voor grondwater zijn effecten van PAK’s, chloorbenzenen en chloorfenolen indirect, als fractie van de individuele interventiewaarde, optelbaar (dat wil zeggen 0,5 x interventiewaarde stof A heeft evenveel effect als 0,5 x interventiewaarde stof B). Dit betekent dat een somformule gebruikt moet worden om te beoordelen of van overschrijding van de interventiewaarde sprake is. Er is sprake van overschrijding van de interventiewaarde voor de som van een groep stoffen indien SUM(Ci/Ii) > 1, waarbij Ci = gemeten concentratie van een stof uit een betreffende groep en Ii = interventiewaarde voor de betreffende stof uit de betreffende groep.

101:

De Streefwaarden grondwater voor een aantal stoffen zijn lager dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze Streefwaarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Het hanteren van een strengere rapportagegrens mag ook, mits de gehanteerde analysemethode voldoet aan AS3000. Bij het beoordelen van het meetresultaat < rapportagegrens AS3000 mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van het grondwater voldoet aan de Streefwaarde. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder< teken), moet dit gehalte aan de Streefwaarde worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000.

Voor grondwater zijn effecten van PAK’s, chloorbenzenen en chloorfenolen indirect, als fractie van de individuele interventiewaarde, optelbaar (dat wil zeggen 0,5 x interventiewaarde stof A heeft evenveel effect als 0,5 x interventiewaarde stof B). Dit betekent dat een somformule gebruikt moet worden om te beoordelen of van overschrijding van de interventiewaarde sprake is. Er is sprake van overschrijding van de interventiewaarde voor de som van een groep stoffen indien SUM(Ci/Ii) > 1, waarbij Ci = gemeten concentratie van een stof uit een betreffende groep en Ii = interventiewaarde voor de betreffende stof uit de betreffende groep.

102:

De Streefwaarden grondwater voor een aantal stoffen zijn lager dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze Streefwaarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Het hanteren van een strengere rapportagegrens mag ook, mits de gehanteerde analysemethode voldoet aan AS3000. Bij het beoordelen van het meetresultaat < rapportagegrens AS3000 mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van het grondwater voldoet aan de Streefwaarde. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder< teken), moet dit gehalte aan de Streefwaarde worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000.

Voor grondwater zijn effecten van PAK’s, chloorbenzenen en chloorfenolen indirect, als fractie van de individuele interventiewaarde, optelbaar (dat wil zeggen 0,5 x interventiewaarde stof A heeft evenveel effect als 0,5 x interventiewaarde stof B). Dit betekent dat een somformule gebruikt moet worden om te beoordelen of van overschrijding van de interventiewaarde sprake is. Er is sprake van overschrijding van de interventiewaarde voor de som van een groep stoffen indien SUM(Ci/Ii) > 1, waarbij Ci = gemeten concentratie van een stof uit een betreffende groep en Ii = interventiewaarde voor de betreffende stof uit de betreffende groep.

103:

De Streefwaarden grondwater voor een aantal stoffen zijn lager dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze Streefwaarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Het hanteren van een strengere rapportagegrens mag ook, mits de gehanteerde analysemethode voldoet aan AS3000. Bij het beoordelen van het meetresultaat < rapportagegrens AS3000 mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van het grondwater voldoet aan de Streefwaarde. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder< teken), moet dit gehalte aan de Streefwaarde worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000.

Voor grondwater zijn effecten van PAK’s, chloorbenzenen en chloorfenolen indirect, als fractie van de individuele interventiewaarde, optelbaar (dat wil zeggen 0,5 x interventiewaarde stof A heeft evenveel effect als 0,5 x interventiewaarde stof B). Dit betekent dat een somformule gebruikt moet worden om te beoordelen of van overschrijding van de interventiewaarde sprake is. Er is sprake van overschrijding van de interventiewaarde voor de som van een groep stoffen indien SUM(Ci/Ii) > 1, waarbij Ci = gemeten concentratie van een stof uit een betreffende groep en Ii = interventiewaarde voor de betreffende stof uit de betreffende groep.

104:

De Streefwaarden grondwater voor een aantal stoffen zijn lager dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze Streefwaarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Het hanteren van een strengere rapportagegrens mag ook, mits de gehanteerde analysemethode voldoet aan AS3000. Bij het beoordelen van het meetresultaat < rapportagegrens AS3000 mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van het grondwater voldoet aan de Streefwaarde. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder< teken), moet dit gehalte aan de Streefwaarde worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000.

Voor grondwater zijn effecten van PAK’s, chloorbenzenen en chloorfenolen indirect, als fractie van de individuele interventiewaarde, optelbaar (dat wil zeggen 0,5 x interventiewaarde stof A heeft evenveel effect als 0,5 x interventiewaarde stof B). Dit betekent dat een somformule gebruikt moet worden om te beoordelen of van overschrijding van de interventiewaarde sprake is. Er is sprake van overschrijding van de interventiewaarde voor de som van een groep stoffen indien SUM(Ci/Ii) > 1, waarbij Ci = gemeten concentratie van een stof uit een betreffende groep en Ii = interventiewaarde voor de betreffende stof uit de betreffende groep.

105:

De Streefwaarden grondwater voor een aantal stoffen zijn lager dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze Streefwaarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Het hanteren van een strengere rapportagegrens mag ook, mits de gehanteerde analysemethode voldoet aan AS3000. Bij het beoordelen van het meetresultaat < rapportagegrens AS3000 mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van het grondwater voldoet aan de Streefwaarde. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder< teken), moet dit gehalte aan de Streefwaarde worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000.

Voor grondwater zijn effecten van PAK’s, chloorbenzenen en chloorfenolen indirect, als fractie van de individuele interventiewaarde, optelbaar (dat wil zeggen 0,5 x interventiewaarde stof A heeft evenveel effect als 0,5 x interventiewaarde stof B). Dit betekent dat een somformule gebruikt moet worden om te beoordelen of van overschrijding van de interventiewaarde sprake is. Er is sprake van overschrijding van de interventiewaarde voor de som van een groep stoffen indien SUM(Ci/Ii) > 1, waarbij Ci = gemeten concentratie van een stof uit een betreffende groep en Ii = interventiewaarde voor de betreffende stof uit de betreffende groep.

106:

De Streefwaarden grondwater voor een aantal stoffen zijn lager dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze Streefwaarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Het hanteren van een strengere rapportagegrens mag ook, mits de gehanteerde analysemethode voldoet aan AS3000. Bij het beoordelen van het meetresultaat < rapportagegrens AS3000 mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van het grondwater voldoet aan de Streefwaarde. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder< teken), moet dit gehalte aan de Streefwaarde worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000.

Voor grondwater zijn effecten van PAK’s, chloorbenzenen en chloorfenolen indirect, als fractie van de individuele interventiewaarde, optelbaar (dat wil zeggen 0,5 x interventiewaarde stof A heeft evenveel effect als 0,5 x interventiewaarde stof B). Dit betekent dat een somformule gebruikt moet worden om te beoordelen of van overschrijding van de interventiewaarde sprake is. Er is sprake van overschrijding van de interventiewaarde voor de som van een groep stoffen indien SUM(Ci/Ii) > 1, waarbij Ci = gemeten concentratie van een stof uit een betreffende groep en Ii = interventiewaarde voor de betreffende stof uit de betreffende groep.

107:

De Streefwaarden grondwater voor een aantal stoffen zijn lager dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze Streefwaarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Het hanteren van een strengere rapportagegrens mag ook, mits de gehanteerde analysemethode voldoet aan AS3000. Bij het beoordelen van het meetresultaat < rapportagegrens AS3000 mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van het grondwater voldoet aan de Streefwaarde. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder< teken), moet dit gehalte aan de Streefwaarde worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000.

Voor grondwater zijn effecten van PAK’s, chloorbenzenen en chloorfenolen indirect, als fractie van de individuele interventiewaarde, optelbaar (dat wil zeggen 0,5 x interventiewaarde stof A heeft evenveel effect als 0,5 x interventiewaarde stof B). Dit betekent dat een somformule gebruikt moet worden om te beoordelen of van overschrijding van de interventiewaarde sprake is. Er is sprake van overschrijding van de interventiewaarde voor de som van een groep stoffen indien SUM(Ci/Ii) > 1, waarbij Ci = gemeten concentratie van een stof uit een betreffende groep en Ii = interventiewaarde voor de betreffende stof uit de betreffende groep.

108:

De Streefwaarden grondwater voor een aantal stoffen zijn lager dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze Streefwaarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Het hanteren van een strengere rapportagegrens mag ook, mits de gehanteerde analysemethode voldoet aan AS3000. Bij het beoordelen van het meetresultaat < rapportagegrens AS3000 mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van het grondwater voldoet aan de Streefwaarde. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder< teken), moet dit gehalte aan de Streefwaarde worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000.

Voor grondwater zijn effecten van PAK’s, chloorbenzenen en chloorfenolen indirect, als fractie van de individuele interventiewaarde, optelbaar (dat wil zeggen 0,5 x interventiewaarde stof A heeft evenveel effect als 0,5 x interventiewaarde stof B). Dit betekent dat een somformule gebruikt moet worden om te beoordelen of van overschrijding van de interventiewaarde sprake is. Er is sprake van overschrijding van de interventiewaarde voor de som van een groep stoffen indien SUM(Ci/Ii) > 1, waarbij Ci = gemeten concentratie van een stof uit een betreffende groep en Ii = interventiewaarde voor de betreffende stof uit de betreffende groep.

109:

De Streefwaarden grondwater voor een aantal stoffen zijn lager dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze Streefwaarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Het hanteren van een strengere rapportagegrens mag ook, mits de gehanteerde analysemethode voldoet aan AS3000. Bij het beoordelen van het meetresultaat < rapportagegrens AS3000 mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van het grondwater voldoet aan de Streefwaarde. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder< teken), moet dit gehalte aan de Streefwaarde worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000.

Voor grondwater zijn effecten van PAK’s, chloorbenzenen en chloorfenolen indirect, als fractie van de individuele interventiewaarde, optelbaar (dat wil zeggen 0,5 x interventiewaarde stof A heeft evenveel effect als 0,5 x interventiewaarde stof B). Dit betekent dat een somformule gebruikt moet worden om te beoordelen of van overschrijding van de interventiewaarde sprake is. Er is sprake van overschrijding van de interventiewaarde voor de som van een groep stoffen indien SUM(Ci/Ii) > 1, waarbij Ci = gemeten concentratie van een stof uit een betreffende groep en Ii = interventiewaarde voor de betreffende stof uit de betreffende groep.

110:

De Streefwaarden grondwater voor een aantal stoffen zijn lager dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze Streefwaarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Het hanteren van een strengere rapportagegrens mag ook, mits de gehanteerde analysemethode voldoet aan AS3000. Bij het beoordelen van het meetresultaat < rapportagegrens AS3000 mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van het grondwater voldoet aan de Streefwaarde. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder< teken), moet dit gehalte aan de Streefwaarde worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000.

Voor grondwater zijn effecten van PAK’s, chloorbenzenen en chloorfenolen indirect, als fractie van de individuele interventiewaarde, optelbaar (dat wil zeggen 0,5 x interventiewaarde stof A heeft evenveel effect als 0,5 x interventiewaarde stof B). Dit betekent dat een somformule gebruikt moet worden om te beoordelen of van overschrijding van de interventiewaarde sprake is. Er is sprake van overschrijding van de interventiewaarde voor de som van een groep stoffen indien SUM(Ci/Ii) > 1, waarbij Ci = gemeten concentratie van een stof uit een betreffende groep en Ii = interventiewaarde voor de betreffende stof uit de betreffende groep.

111:

De Streefwaarden grondwater voor een aantal stoffen zijn lager dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze Streefwaarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Het hanteren van een strengere rapportagegrens mag ook, mits de gehanteerde analysemethode voldoet aan AS3000. Bij het beoordelen van het meetresultaat < rapportagegrens AS3000 mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van het grondwater voldoet aan de Streefwaarde. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder< teken), moet dit gehalte aan de Streefwaarde worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000.

Voor grondwater zijn effecten van PAK’s, chloorbenzenen en chloorfenolen indirect, als fractie van de individuele interventiewaarde, optelbaar (dat wil zeggen 0,5 x interventiewaarde stof A heeft evenveel effect als 0,5 x interventiewaarde stof B). Dit betekent dat een somformule gebruikt moet worden om te beoordelen of van overschrijding van de interventiewaarde sprake is. Er is sprake van overschrijding van de interventiewaarde voor de som van een groep stoffen indien SUM(Ci/Ii) > 1, waarbij Ci = gemeten concentratie van een stof uit een betreffende groep en Ii = interventiewaarde voor de betreffende stof uit de betreffende groep.

112:

De Streefwaarden grondwater voor een aantal stoffen zijn lager dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze Streefwaarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Het hanteren van een strengere rapportagegrens mag ook, mits de gehanteerde analysemethode voldoet aan AS3000. Bij het beoordelen van het meetresultaat < rapportagegrens AS3000 mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van het grondwater voldoet aan de Streefwaarde. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder< teken), moet dit gehalte aan de Streefwaarde worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000.

Voor grondwater zijn effecten van PAK’s, chloorbenzenen en chloorfenolen indirect, als fractie van de individuele interventiewaarde, optelbaar (dat wil zeggen 0,5 x interventiewaarde stof A heeft evenveel effect als 0,5 x interventiewaarde stof B). Dit betekent dat een somformule gebruikt moet worden om te beoordelen of van overschrijding van de interventiewaarde sprake is. Er is sprake van overschrijding van de interventiewaarde voor de som van een groep stoffen indien SUM(Ci/Ii) > 1, waarbij Ci = gemeten concentratie van een stof uit een betreffende groep en Ii = interventiewaarde voor de betreffende stof uit de betreffende groep.

113:

De Streefwaarden grondwater voor een aantal stoffen zijn lager dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze Streefwaarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Het hanteren van een strengere rapportagegrens mag ook, mits de gehanteerde analysemethode voldoet aan AS3000. Bij het beoordelen van het meetresultaat < rapportagegrens AS3000 mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van het grondwater voldoet aan de Streefwaarde. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder< teken), moet dit gehalte aan de Streefwaarde worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000.

Voor grondwater zijn effecten van PAK’s, chloorbenzenen en chloorfenolen indirect, als fractie van de individuele interventiewaarde, optelbaar (dat wil zeggen 0,5 x interventiewaarde stof A heeft evenveel effect als 0,5 x interventiewaarde stof B). Dit betekent dat een somformule gebruikt moet worden om te beoordelen of van overschrijding van de interventiewaarde sprake is. Er is sprake van overschrijding van de interventiewaarde voor de som van een groep stoffen indien SUM(Ci/Ii) > 1, waarbij Ci = gemeten concentratie van een stof uit een betreffende groep en Ii = interventiewaarde voor de betreffende stof uit de betreffende groep.

114:

Richtwaarde per 1 januari 2013, gedefinieerd als het totale gehalte in de PM10 fractie.

Gemeten als benzo[a]pyreen

Streefwaarde PAKs

115:

Gemeten als benzo[a]pyreen

Streefwaarde PAKs

116:

Richtwaarde per 1 januari 2013, gedefinieerd als het totale gehalte in de PM10 fractie.

Streefwaarde PAKs

117:

Richtwaarde per 1 januari 2013, gedefinieerd als het totale gehalte in de PM10 fractie.

Gemeten als benzo[a]pyreen

Streefwaarde PAKs

118:

Richtwaarde per 1 januari 2013, gedefinieerd als het totale gehalte in de PM10 fractie.

Gemeten als benzo[a]pyreen

Streefwaarde PAKs

119:

Richtwaarde per 1 januari 2013, gedefinieerd als het totale gehalte in de PM10 fractie.

Gemeten als benzo[a]pyreen

Streefwaarde PAKs

120:

Richtwaarde per 1 januari 2013, gedefinieerd als het totale gehalte in de PM10 fractie.

Gemeten als benzo[a]pyreen

Streefwaarde PAKs

121:

Richtwaarde per 1 januari 2013, gedefinieerd als het totale gehalte in de PM10 fractie.

Gemeten als benzo[a]pyreen

Streefwaarde PAKs

122:

Richtwaarde per 1 januari 2013, gedefinieerd als het totale gehalte in de PM10 fractie.

Gemeten als benzo[a]pyreen

Streefwaarde PAKs

123:

Richtwaarde per 1 januari 2013, gedefinieerd als het totale gehalte in de PM10 fractie.

Gemeten als benzo[a]pyreen

Streefwaarde PAKs

124:

Richtwaarde per 1 januari 2013, gedefinieerd als het totale gehalte in de PM10 fractie.

Gemeten als benzo[a]pyreen

Streefwaarde PAKs

125:

Richtwaarde per 1 januari 2013, gedefinieerd als het totale gehalte in de PM10 fractie.

Gemeten als benzo[a]pyreen

Streefwaarde PAKs

126:

Richtwaarde per 1 januari 2013, gedefinieerd als het totale gehalte in de PM10 fractie.

Gemeten als benzo[a]pyreen

127:

Richtwaarde per 1 januari 2013, gedefinieerd als het totale gehalte in de PM10 fractie.

Gemeten als benzo[a]pyreen

Streefwaarde PAKs

128:

Richtwaarde per 1 januari 2013, gedefinieerd als het totale gehalte in de PM10 fractie.

Gemeten als benzo[a]pyreen

Streefwaarde PAKs

129:

Deze indicatieve luchtnorm is afgeleid met een methode die op dit moment niet meer wordt gehanteerd. Bij overschrijdingen van de normwaarden kunt u via de helpdesk contact opnemen met het RIVM om de status van de normwaarde te checken. Het RIVM kan op verzoek van het bevoegd gezag een actueel (Indicatief) MTR afleiden. Het RIVM werkt aan verbetering van deze indicatieve normen.

130:

Deze indicatieve luchtnorm is afgeleid met een methode die op dit moment niet meer wordt gehanteerd. Bij overschrijdingen van de normwaarden kunt u via de helpdesk contact opnemen met het RIVM om de status van de normwaarde te checken. Het RIVM kan op verzoek van het bevoegd gezag een actueel (Indicatief) MTR afleiden. Het RIVM werkt aan verbetering van deze indicatieve normen.

131:

Deze stof heeft een H-aanduiding (huidopname). Stoffen die relatief gemakkelijk door de huid kunnen worden opgenomen, hetgeen een substantiële bijdrage kan betekenen aan de totale inwendige blootstelling, hebben in de lijst een H-aanduiding. Bij deze stoffen moeten naast maatregelen tegen inademing ook adequate maatregelen ter voorkoming van huidcontact worden genomen.

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen afkomstig van steenkool (als benzo(a)pyreen)

Geplaatst op B2. Lijst met wettelijke grenswaarden voor kankerverwekkende stoffen, vastgesteld volgens de risicobenadering

132:

Deze stof heeft een H-aanduiding (huidopname). Stoffen die relatief gemakkelijk door de huid kunnen worden opgenomen, hetgeen een substantiële bijdrage kan betekenen aan de totale inwendige blootstelling, hebben in de lijst een H-aanduiding. Bij deze stoffen moeten naast maatregelen tegen inademing ook adequate maatregelen ter voorkoming van huidcontact worden genomen.

Geplaatst op B2. Lijst met wettelijke grenswaarden voor kankerverwekkende stoffen, vastgesteld volgens de risicobenadering

133:

Deze stof heeft een H-aanduiding (huidopname). Stoffen die relatief gemakkelijk door de huid kunnen worden opgenomen, hetgeen een substantiële bijdrage kan betekenen aan de totale inwendige blootstelling, hebben in de lijst een H-aanduiding. Bij deze stoffen moeten naast maatregelen tegen inademing ook adequate maatregelen ter voorkoming van huidcontact worden genomen.

134:

De gespecificeerde verbindingen zijn: pyreen, benzo(a)antraceen, benzo(ghi)peryleen, fenantreen, indeno(1,2,3-cd)pyreen, anthraceen, benzo(b)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen, chryseen en fluorantheen

Som van gespecificeerde verbindingen met concentratie hoger dan de detectiegrens.

Let op!

Geprint op: 11/30/2020 om: 9:49 AM

Controleer de actualiteit van deze gegevens op: https://rvs.rivm.nl

ADR
2-naftylamine
(91-59-8)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
2-naftylamine
(91-59-8)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
2-naftylamine
(91-59-8)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
naftaleen
(91-20-3)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
naftaleen
(91-20-3)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen
UN-nummer 3411
3411
1650
2304
1334
Benaming en beschrijving 3.1.2 beta-NAFTYLAMINE, OPLOSSING
beta-NAFTYLAMINE, OPLOSSING
beta-NAFTYLAMINE, VAST
NAFTALEEN, GESMOLTEN
NAFTALEEN, RUW of NAFTALEEN, GERAFFINEERD
Klasse 2.2 6.1 6.1 6.1 4.1 4.1
Classificatiecode 2.2 T1
T1
T2
F2
F1
Verpakkingsgroep 2.1.1.3 II
III
II
III
III
Etiketten 5.2.2 6.1 6.1 6.1 4.1 4.1
Bijzondere bepalingen 3.3
536 501
Gelimiteerde hoeveelheden 3.4 100 ml
5 L
500 g
0
5 kg
Vrijgestelde hoeveelheden 3.5.1.2 E4
E1
E4
E0
E1
Verpakkingen: Verpakkingsinstructies 4.1.4 P001 IBC02
P001 IBC02
P002 IBC08
P002 IBC08 LP02 R001
Verpakkingen: Bijzondere bepalingen 4.1.4
B4
B3
Verpakkingen: Gezamenlijke verpakking 4.1.10 MP15
MP19
MP10
MP10
Transporttanks en bulkcontainers: Instructies 4.2.5.2, 7.3.2 T7
T7
T3
T1
BK1 BK2 T1 BK3
Transporttanks en bulkcontainers: Bijzondere bepalingen 4.2.5.3 TP2 TP2 TP33 TP3 TP33
ADR tanks: Tankcode 4.3 L4BH
L4BH
L4BH SGAH
LGBV
SGAV
ADR tanks: Bijzondere bepalingen 4.3.5, 6.8.4 TE19 TU15
TE19 TU15
TE19 TU15
TE4 TE6 TU27
Voertuig voor tankvervoer 9.1.1.2 AT
AT
AT
AT
AT
Vervoerscategorie (Code voor beperkingen in tunnels) 1.1.3.6 2 (D/E)
2 (E)
2 (D/E)
3 (E)
3 (E)
Bijzondere bepalingen voor het vervoer: Colli 7.2.4
V11
Bijzondere bepalingen voor het vervoer: Los gestort 7.3.3
AP1 VC1 VC2
Bijzondere bepalingen voor het vervoer: Laden Lossen en behandeling 7.5.11 CV13 CV28
CV13 CV28
CV13 CV28
Bijzondere bepalingen voor het vervoer: Bedrijf 8.5