naftaleen | Risico's van Stoffen

Let op!

Geprint op: 11/23/2019 om: 2:47 AM

Controleer de actualiteit van deze gegevens op: https://rvs.rivm.nl

Naftaleen

Stofgegevens

 
Stofnaam
naftaleen
Engelse naam
naphthalene
CAS-nummer
91-20-3
UN-nummer
1334; 2304
EG-nummer
202-049-5
Aquo-code
Naf
SIKB-id
1259
Synoniem
naftaline
Molecuulformule
C10-H8
SMILES
c12ccccc1cccc2
Structuurformule
Afbeelding van de structuurformule van naftaleen
Functionele stofgroep
Lijst ZZS
Lijst KRW prioritaire stoffen
Lijst E-PRTR
Lijst ADR
Lijst Stofklassen voor luchtemissies
Chemische stofgroep
polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAKs)
BTEXNS (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xyleen, naftaleen en styreen)
ZZS polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAKs)
polycyclische aromatische koolwaterstoffen
Emissiegegevens ZZS-Navigator
Naar lucht
Naar water

Let op!

Geprint op: 11/23/2019 om: 2:47 AM

Controleer de actualiteit van deze gegevens op: https://rvs.rivm.nl

ZZS
polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAKs) naftaleen
(91-20-3)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen )
Specifieke naam op ZZS polycyclische aromatische koolwaterstoffen; PAKs
naftaleen
Op ZZS lijst vanwege KRW Prioritair gevaarlijke stoffen KRW lijst
Op ZZS lijst vanwege OSPAR OSPAR lijst van stoffen voor prioritaire actie
Op ZZS lijst vanwege EU-POP Verordening Verordening (EU) 2019/1021 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen
Datum toevoeging 2-12-2013
27-05-2016
Informatieboodschap Er zijn voor deze stof geen gegevens voor RIVM stofadviezen. Stoffen kunnen echter tot een groep behoren waarvoor wel gegevens voor RIVM stofadviezen zijn opgenomen.
Stofklassen voor luchtemissies
polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAKs) naftaleen
(91-20-3)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen )
Stofklasse voor luchtemissies MVP 1
MVP 1
Grensmassastroom 0,15 g/uur
0,15 g/uur
Emissiegrenswaarde 0,05 mg/Nm3
0,05 mg/Nm3
OSPAR
polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAKs)
Specifieke naam op OSPAR polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's)
Laatste revisie Achtergrond document (Organiserend land) 2009 (Noorwegen)
E-PRTR
polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAKs) naftaleen
(91-20-3)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen )
Specifieke stofnaam op EPRTR polycyclische aromatische koolwaterstoffen; PAK's naftaleen
Drempelwaarde voor uitstoot in de lucht 1 kg/jaar 100 kg/jaar
Drempelwaarde voor uitstoot in water 5 kg/jaar 10 kg/jaar

Toelichtende voetnoten

1:

Deze stof wordt niet als individuele stof als ZZS geïdentificeerd maar valt onder de ZZS stofgroep voor PAKs. Op basis van de POP verordening worden alle PAKs als Zeer Zorgwekkende Stof geïdentificeerd.

1:

Met inbegrip van benzo(a)pyreen (CAS 50-32-8, EU 200-028-5), benzo(b)fluoranteen (CAS 205-99-2, EU 205-911-9), benzo(g,h,i)peryleen (CAS 191-24-2, EU 205-883-8), benzo(k)fluoranteen (CAS 207-08-9, EU 205-916-6), indeno(1,2,3-cd)pyreen (CAS 193-39-5, EU 205-893-2) en met uitzondering van antraceen, fluoranteen en naftaleen, die afzonderlijk worden vermeld.

1:

De volgende stoffen behorende bij de groep van polyaromatische koolwaterstoffen zijn afgevoerd van de OSPAR 'List of Substances of Possible Concern' omdat de stoffen niet voldoen aan de selectiecriteria voor persistentie van de initiele OSPAR selectieprocedure in 2001 (Referentie nr. 2001-1) en krijgen daarom geen prioriteit voor actie door OSPAR : naftaleen, 2-methyl- (CAS nr. 91-57-6); 1-fenantreen carboxylzuur, 1,2,3,4,4a,4b,5,6,10,10a-decahydro-1,4a-dimethyl-7-(1-methylethyl)-, methyl ester, [1R-(1.alfa.,4a.beta.,4b.alfa.,10a.alfa.)]- (CAS Nr. 127-25-3); 1-fenantreenmethanol, 1,2,3,4,4a,4b,5,6,7,9,10,10a-dodecahydro-1,4a-dimethyl-7-(1-methylethyl)- (CAS nr. 127-36-6); 7H-dibenzo[c,g]carbazol (CAS nr. 194-59-2); 13H-dibenzo[a,i]carbazol (CAS nr. 239-64-5); 1H-3a,7-methanoazuleen, 2,3,4,7,8,8a-hexahydro-3,6,8,8-tetramethyl-, [3R-(3alfa,3abeta,7beta,8aalfa)]- (CAS nr. 469-61-4); 1-fenantreenmethanol, 1,2,3,4,4a,4b,5,6,10,10a-decahydro-1,4a-dimethyl-7-(1-methylethyl)-, [1R-(1.alfa.,4a.beta.,4b.alfa.,10a.alfa.)]- (CAS No. 666-84-2); cedreen- (CAS nr. 11028-42-5); 1-fenantreenmethanol, tetradecahydro-1,4a-dimethyl-7-(1-methylethyl)- (CAS nr. 13393-93-6); 1-fenantreencarboxylzuur, tetradecahydro-1,4a-dimethyl-7-(1-methylethyl)-, methyl ester, [1R-(1alfa,4abeta,4balfa (CAS nr. 19941-28-7).

2:

De volgende stoffen behorende bij de groep van polyaromatische koolwaterstoffen zijn afgevoerd van de OSPAR 'List of Substances of Possible Concern' omdat de stoffen niet voldoen aan de selectiecriteria voor persistentie van de initiele OSPAR selectieprocedure in 2001 (Referentie nr. 2001-1) en krijgen daarom geen prioriteit voor actie door OSPAR : naftaleen, 2-methyl- (CAS nr. 91-57-6); 1-fenantreen carboxylzuur, 1,2,3,4,4a,4b,5,6,10,10a-decahydro-1,4a-dimethyl-7-(1-methylethyl)-, methyl ester, [1R-(1.alfa.,4a.beta.,4b.alfa.,10a.alfa.)]- (CAS Nr. 127-25-3); 1-fenantreenmethanol, 1,2,3,4,4a,4b,5,6,7,9,10,10a-dodecahydro-1,4a-dimethyl-7-(1-methylethyl)- (CAS nr. 127-36-6); 7H-dibenzo[c,g]carbazol (CAS nr. 194-59-2); 13H-dibenzo[a,i]carbazol (CAS nr. 239-64-5); 1H-3a,7-methanoazuleen, 2,3,4,7,8,8a-hexahydro-3,6,8,8-tetramethyl-, [3R-(3alfa,3abeta,7beta,8aalfa)]- (CAS nr. 469-61-4); 1-fenantreenmethanol, 1,2,3,4,4a,4b,5,6,10,10a-decahydro-1,4a-dimethyl-7-(1-methylethyl)-, [1R-(1.alfa.,4a.beta.,4b.alfa.,10a.alfa.)]- (CAS No. 666-84-2); cedreen- (CAS nr. 11028-42-5); 1-fenantreenmethanol, tetradecahydro-1,4a-dimethyl-7-(1-methylethyl)- (CAS nr. 13393-93-6); 1-fenantreencarboxylzuur, tetradecahydro-1,4a-dimethyl-7-(1-methylethyl)-, methyl ester, [1R-(1alfa,4abeta,4balfa (CAS nr. 19941-28-7).

1:

Met het oog op de rapportage van de uitstoot in de lucht moeten polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) worden gemeten als benzo(a)pyreen (50-32-8), benzo(b)fluorantheen (205-99-2), benzo(k)fluorantheen (207-08-9), indeno(1,2,3- cd)pyreen (193-39-5) (afgeleid van Verordening (EG) nr. 850/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen (PB L 229 van 29.6.2004, blz.5)).

2:

Op grond van bijlage II bij de EG-verordening PRTR wordt over 4 PAK’s gerapporteerd, namelijk benzo(a)pyreen, benzo(b)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen en Indeno(1,2,3-cd)pyreen. Voor de stofgroep PAK’s geldt een drempelwaarde van 1. Indien daarnaast een van de vier componenten afzonderlijk de drempelwaarde van 1 overschrijdt, wordt ook over deze stof individueel gerapporteerd.

3:

Tenzij anders aangegeven wordt bij rapportage van een verontreinigende stof vermeld in bijlage II de totale massa van die verontreinigende stof vermeld of, als het om een groep van verontreinigende stoffen gaat, de totale massa van de groep.

4:

Tenzij anders aangegeven wordt bij rapportage van een verontreinigende stof vermeld in bijlage II de totale massa van die verontreinigende stof vermeld of, als het om een groep van verontreinigende stoffen gaat, de totale massa van de groep.

5:

Tenzij anders aangegeven wordt bij rapportage van een verontreinigende stof vermeld in bijlage II de totale massa van die verontreinigende stof vermeld of, als het om een groep van verontreinigende stoffen gaat, de totale massa van de groep.

1:

Wijziging restricties met geconsolideerde versie van 23 maart 2015

Let op!

Geprint op: 11/23/2019 om: 2:47 AM

Controleer de actualiteit van deze gegevens op: https://rvs.rivm.nl

Normen

Normwaarden per categorie, compartiment en stof
Categorie Compartiment/Normtype Norm naftaleen
(91-20-3)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen )
Milieu Oppervlaktewater zoet log Kp l/kg (zwevend stof) 2,37
Milieu Oppervlaktewater zoet Landoppervlaktewateren wettelijk JG-MKN (totaal) 2 µg/l
Milieu Oppervlaktewater zoet Landoppervlaktewateren wettelijk MAC-MKN (totaal) 130 µg/l
Milieu Oppervlaktewater zout Andere oppervlaktewateren wettelijk JG-MKN (totaal) 2 µg/l
Milieu Oppervlaktewater zout Andere oppervlaktewateren wettelijk MAC-MKN (totaal) 130 µg/l
Milieu Sediment Sediment MTR (droge stof) 0,1 µg/kg
Milieu Sediment Sediment VR (droge stof) 0,001 µg/kg
Milieu Grond Grond VR (droge stof) 0,001 µg/kg
Milieu Grond Grond ernstig risiconiveau
Milieu Grondwater Grondwater streefwaarde (opgelost) 0,01 µg/l
Milieu Grondwater Grondwater interventiewaarde (opgelost) 70 µg/l
Milieu Lucht Lucht Indicatief MTR 8,89 µg/m3
Hergebruik bagger en grond Grond Maximale waarde voor verspreiden van baggerspecie over aangrenzend perceel (droge stof)
Hergebruik bagger en grond Grond Maximale waarde grootschalige toepassingen op of in de bodem: Maximale emissiewaarde (via gestandaardiseerde uitlogingstoets met Liquid/Solid ratio 10)
Hergebruik bagger en grond Grond Maximale waarde grootschalige toepassingen op of in de bodem: Emissietoetswaarde (droge stof)
Hergebruik bagger en grond Grond Maximale waarde verspreiden baggerspecie in zoet oppervlaktewater / Maximale waarde kwaliteitsklasse A (droge stof)
Mens Grenswaarde werknemer TGG 8 uur 50 mg/m3
Mens Grenswaarde werknemer TGG 15 min 80 mg/m3
 

Toelichtende voetnoot

33:

Jaargemiddelde milieukwaliteitsnorm (JG-MKN). Deze term werd gebruikt in de Nederlandse wetgeving onder de KRW, maar bij de laatste wijziging van het Besluit milieukwaliteitseisen water (BKMW) is de term milieukwaliteitsnorm vervangen door milieukwaliteitseis (JG-MKE). In de Regeling monitoring Kaderrichtlijn water wordt gesproken over ‘jaargemiddelde waarde van de concentratie’. Deze wijziging heeft te maken de juridische status van de getallen in beide documenten. De inhoudelijke betekenis van de getallen en de wijze van toetsing is niet veranderd en de wijziging is ook niet van toepassing op de stoffen die niet in BKMW of Regeling staan genoemd. Op deze website kiezen we er daarom voor om de term JG-MKN te blijven gebruiken, ongeacht de status van het getal.

37:

Maximaal aanvaardbare concentratie (MAC-MKN). Deze term werd gebruikt in de Nederlandse wetgeving onder de KRW, maar bij de laatste wijziging van het Besluit milieukwaliteitseisen water (BKMW) is de term milieukwaliteitsnorm vervangen door milieukwaliteitseis (MAC-MKE). In de Regeling monitoring Kaderrichtlijn water wordt gesproken over ‘Maximaal aanvaardbare waarde van de concentratie’. Deze wijziging heeft te maken de juridische status van de getallen in beide documenten. De inhoudelijke betekenis van de getallen en de wijze van toetsing is niet veranderd en de wijziging is ook niet van toepassing op de stoffen die niet in BKMW of Regeling staan genoemd. Op deze website kiezen we er daarom voor om de term MAC-MKN te blijven gebruiken, ongeacht de status van het getal.

35:

Jaargemiddelde milieukwaliteitsnorm (JG-MKN). Deze term werd gebruikt in de Nederlandse wetgeving onder de KRW, maar bij de laatste wijziging van het Besluit milieukwaliteitseisen water (BKMW) is de term milieukwaliteitsnorm vervangen door milieukwaliteitseis (JG-MKE). In de Regeling monitoring Kaderrichtlijn water wordt gesproken over ‘jaargemiddelde waarde van de concentratie’. Deze wijziging heeft te maken de juridische status van de getallen in beide documenten. De inhoudelijke betekenis van de getallen en de wijze van toetsing is niet veranderd en de wijziging is ook niet van toepassing op de stoffen die niet in BKMW of Regeling staan genoemd. Op deze website kiezen we er daarom voor om de term JG-MKN te blijven gebruiken, ongeacht de status van het getal.

39:

Maximaal aanvaardbare concentratie (MAC-MKN). Deze term werd gebruikt in de Nederlandse wetgeving onder de KRW, maar bij de laatste wijziging van het Besluit milieukwaliteitseisen water (BKMW) is de term milieukwaliteitsnorm vervangen door milieukwaliteitseis (MAC-MKE). In de Regeling monitoring Kaderrichtlijn water wordt gesproken over ‘Maximaal aanvaardbare waarde van de concentratie’. Deze wijziging heeft te maken de juridische status van de getallen in beide documenten. De inhoudelijke betekenis van de getallen en de wijze van toetsing is niet veranderd en de wijziging is ook niet van toepassing op de stoffen die niet in BKMW of Regeling staan genoemd. Op deze website kiezen we er daarom voor om de term MAC-MKN te blijven gebruiken, ongeacht de status van het getal.

57:

Maximaal toelaatbaar risiconiveau

59:

Verwaarloosbaar risiconiveau

64:

Verwaarloosbaar risiconiveau

80:

Maximaal toelaatbaar risiconiveau

10:

tijdgewogen gemiddelde

11:

tijdgewogen gemiddelde

Voetnoten

1:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

2:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

3:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

4:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2021

5:

De Streefwaarden grondwater voor een aantal stoffen zijn lager dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze Streefwaarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Het hanteren van een strengere rapportagegrens mag ook, mits de gehanteerde analysemethode voldoet aan AS3000. Bij het beoordelen van het meetresultaat < rapportagegrens AS3000 mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van het grondwater voldoet aan de Streefwaarde. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder< teken), moet dit gehalte aan de Streefwaarde worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000.

Voor grondwater zijn effecten van PAK’s, chloorbenzenen en chloorfenolen indirect, als fractie van de individuele interventiewaarde, optelbaar (dat wil zeggen 0,5 x interventiewaarde stof A heeft evenveel effect als 0,5 x interventiewaarde stof B). Dit betekent dat een somformule gebruikt moet worden om te beoordelen of van overschrijding van de interventiewaarde sprake is. Er is sprake van overschrijding van de interventiewaarde voor de som van een groep stoffen indien SUM(Ci/Ii) > 1, waarbij Ci = gemeten concentratie van een stof uit een betreffende groep en Ii = interventiewaarde voor de betreffende stof uit de betreffende groep.

6:

De Streefwaarden grondwater voor een aantal stoffen zijn lager dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze Streefwaarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Het hanteren van een strengere rapportagegrens mag ook, mits de gehanteerde analysemethode voldoet aan AS3000. Bij het beoordelen van het meetresultaat < rapportagegrens AS3000 mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van het grondwater voldoet aan de Streefwaarde. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder< teken), moet dit gehalte aan de Streefwaarde worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000.

Voor grondwater zijn effecten van PAK’s, chloorbenzenen en chloorfenolen indirect, als fractie van de individuele interventiewaarde, optelbaar (dat wil zeggen 0,5 x interventiewaarde stof A heeft evenveel effect als 0,5 x interventiewaarde stof B). Dit betekent dat een somformule gebruikt moet worden om te beoordelen of van overschrijding van de interventiewaarde sprake is. Er is sprake van overschrijding van de interventiewaarde voor de som van een groep stoffen indien SUM(Ci/Ii) > 1, waarbij Ci = gemeten concentratie van een stof uit een betreffende groep en Ii = interventiewaarde voor de betreffende stof uit de betreffende groep.

7:

Deze indicatieve luchtnorm is afgeleid met een methode die op dit moment niet meer wordt gehanteerd. Bij overschrijdingen van de normwaarden kunt u via de helpdesk contact opnemen met het RIVM om de status van de normwaarde te checken. Het RIVM kan op verzoek van het bevoegd gezag een actueel (Indicatief) MTR afleiden. Het RIVM werkt aan verbetering van deze indicatieve normen.

8:

Geen herverontreinigingsniveau bepaald, maar het betreft wel een prioritaire stof. De maximale waarde is gebaseerd op KRW-normen.

De msPAF wordt berekend voor de met X aangeduide stoffen. Indien geen waarde wordt ingevuld (bijvoorbeeld omdat de stof niet gemeten wordt) wordt gerekend met 0,7 * bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid). De baggerspecie voldoet aan de maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie op het aangrenzende perceel indien: (*) De gehalten van de gemeten stoffen lager zijn dan de Interventiewaarde bodem, niet zijnde de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, en (*) Voor organische stoffen: msPAF < 20%, en (*) Voor metalen: msPAF < 50%, waarbij voor cadmium een maximum gehalte geldt. Voor gemeten stoffen die geen deel uitmaken van de msPAF-berekening geldt de achtergrondwaarde (met uitzondering van somparamaters waarbij de individuele parameters onderdeel uitmaken van de msPAF-berekening; deze uitzondering geldt niet voor dioxine (som TEQ) waarvan PCB118 onderdeel uitmaakt). Minerale olie maakt geen deel uit van de msPAF-berekening. In plaats van de Achtergrondwaarde geldt voor deze stof de waarde, die vermeld is in de kolom 'Maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie over aangrenzend perceel'. Voor toetsing aan de achtergrondwaarden worden de toetsingsregels van de Achtergrondwaarden toegepast. Uit artikel 36 van het Besluit vloeit voort dat naast de msPAF toetsing ook een toets moet plaatsvinden aan de Interventiewaarden bodem. Voor metalen waarvoor geen Interventiewaarden bodem zijn vastgesteld, dienen de Maximale waarden bodemfunctieklasse industrie te worden gehanteerd.

9:

nvt

10:

nvt

11:

De Maximale waarden kwaliteitsklasse A zijn gebaseerd op een bepaald Herverontreinigingsniveau (HVN). Voor de stoffen waarvoor geen HVN is afgeleid gelden de Achtergrondwaarden en de toetsingsregels voor de Achtergrondwaarden.

Let op!

Geprint op: 11/23/2019 om: 2:47 AM

Controleer de actualiteit van deze gegevens op: https://rvs.rivm.nl

ADR
naftaleen
(91-20-3)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen )
naftaleen
(91-20-3)

(behoort tot polycyclische aromatische koolwaterstoffen )
UN-nummer 2304
1334
Benaming en beschrijving 3.1.2 NAFTALEEN, GESMOLTEN
NAFTALEEN, RUW of NAFTALEEN, GERAFFINEERD
Klasse 2.2 4.1 4.1
Classificatiecode 2.2 F2
F1
Verpakkingsgroep 2.1.1.3 III
III
Etiketten 5.2.2 4.1 4.1
Bijzondere bepalingen 3.3 536 501
Gelimiteerde hoeveelheden 3.4 0
5 kg
Vrijgestelde hoeveelheden 3.5.1.2 E0
E1
Verpakkingen: Verpakkingsinstructies 4.1.4
P002 IBC08 LP02 R001
Verpakkingen: Bijzondere bepalingen 4.1.4
B3
Verpakkingen: Gezamenlijke verpakking 4.1.10
MP10
Transporttanks en bulkcontainers: Instructies 4.2.5.2, 7.3.2 T1
BK1 BK2 T1 BK3
Transporttanks en bulkcontainers: Bijzondere bepalingen 4.2.5.3 TP3 TP33
ADR tanks: Tankcode 4.3 LGBV
SGAV
ADR tanks: Bijzondere bepalingen 4.3.5, 6.8.4 TE4 TE6 TU27
Voertuig voor tankvervoer 9.1.1.2 AT
AT
Vervoerscategorie (Code voor beperkingen in tunnels) 1.1.3.6 3 (E)
3 (E)
Bijzondere bepalingen voor het vervoer: Los gestort 7.3.3
AP1 VC1 VC2
Gevaarsidentificatienummer 5.3.2.3 44 40

Voetnoten

Brandbare vaste stoffen, zelfontledende stoffen, polymeriserende stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet explosieve toestand
Brandbare vaste stoffen, zelfontledende stoffen, polymeriserende stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet explosieve toestand
brandbare vaste stoffen, zelfontledende stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet explosieve toestand
brandbare vaste stoffen, zelfontledende stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet explosieve toestand
brandbare vaste stoffen, zelfontledende stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet explosieve toestand
brandbare vaste stoffen, zelfontledende stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet explosieve toestand
Zie voor naftaleen in vaste vorm UN-nummer 1334.
Voor naftaleen, gesmolten, zie UN-nummer 2304.
De maximale vullingsgraad (in %) voor vaste stoffen die bij temperaturen boven hun smeltpunt worden vervoerd en voor verwarmde vloeistoffen moet worden vastgesteld in overeenstemming met 4.2.1.9.5.
De transporttank-instructie die aan deze stof is toegekend, is van toepassing op korrelige en poedervormige vaste stoffen en op vaste stoffen die worden gevuld en gelost bij temperaturen boven hun smeltpunt maar die worden afgekoeld en vervoerd als een vaste massa. Voor vaste stoffen die worden vervoerd bij temperaturen boven hun smeltpunt, zie 4.2.1.19.
brandbare vaste stof in gesmolten toestand bij verhoogde temperatuur.
brandbare vaste stof, of zelfontledende stof, of voor zelfverhitting vatbare stof, of polymeriserende stof

Let op!

Geprint op: 11/23/2019 om: 2:47 AM

Controleer de actualiteit van deze gegevens op: https://rvs.rivm.nl

Toelichtende voetnoten