2-chlooraniline | Risico's van Stoffen

Let op!

Geprint op: 7/25/2021 om: 6:11 PM

Controleer de actualiteit van deze gegevens op: https://rvs.rivm.nl

2-Chlooraniline

Stofgegevens

 
Stofnaam
2-chlooraniline
Stofafkorting
2-CA
Engelse naam
2-chloroaniline
CAS-nummer
95-51-2
EG-nummer
202-426-4
Aquo-code
2ClAn
SIKB-id
145
Molecuulformule
C6-H6-Cl-N
SMILES
Clc1ccccc1N
Structuurformule
Afbeelding van de structuurformule van 2-chlooraniline
Chemische stofgroep
chlooranilines
monochlooranilines som

Let op!

Geprint op: 7/25/2021 om: 6:11 PM

Controleer de actualiteit van deze gegevens op: https://rvs.rivm.nl

Stoffenlijsten

Informatieboodschap Er zijn voor deze stof geen gegevens voor stoffenlijsten. Stoffen kunnen echter tot een groep behoren waarvoor wel gegevens voor stoffenlijsten zijn opgenomen.

Let op!

Geprint op: 7/25/2021 om: 6:11 PM

Controleer de actualiteit van deze gegevens op: https://rvs.rivm.nl

Normen

Normwaarden per categorie, compartiment en stof
Categorie Compartiment/Normtype Norm monochlooranilines som 2-chlooraniline (2-CA)
(95-51-2)

(behoort tot monochlooranilines som
Milieu Oppervlaktewater zoet log Kp l/kg (zwevend stof) 1,1
Milieu Oppervlaktewater zoet Landoppervlaktewateren JG-MKN (totaal) 0,2 µg/l
Milieu Oppervlaktewater zoet Landoppervlaktewateren MAC-MKN (totaal) 10 µg/l
Milieu Oppervlaktewater zout Andere oppervlaktewateren JG-MKN (totaal) 0,032 µg/l
Milieu Oppervlaktewater zout Andere oppervlaktewateren MAC-MKN (totaal) 1 µg/l
Milieu Grond Grond interventiewaarde (droge stof) 50 mg/kg
Milieu Grond Achtergrondwaarde (droge stof; bij toepassing in oppervlaktewater en voor de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam) 0,20 mg/kg
Milieu Grond Achtergrondwaarde (droge stof; bij toepassing op of in de bodem) 0,20 mg/kg
Milieu Grond Maximale waarde bodemfunctieklasse wonen / Maximale waarden kwaliteitsklasse wonen (droge stof) 0,20 mg/kg
Milieu Grond Maximale waarde bodemfunctieklasse industrie / Maximale waarde kwaliteitsklasse industrie (droge stof) 0,20 mg/kg
Milieu Grond Maximale waarde grootschalige toepassingen op of in de bodem: Maximale emissiewaarde (via gestandaardiseerde uitlogingstoets met Liquid/Solid ratio 10)
Milieu Grond Maximale waarde grootschalige toepassingen op of in de bodem: Emissietoetswaarde (droge stof)
Milieu Grond Maximale waarde verspreiden baggerspecie in zoet oppervlaktewater / Maximale waarde kwaliteitsklasse A (droge stof)
Milieu Grond Interventiewaarde bodem onder oppervlaktewater / Maximale waarde kwaliteitsklasse B (droge stof) 50 mg/kg
Milieu Grond Maximale waarde grootschalige toepassingen op of in de bodem onder oppervlaktewater: Maximale emissiewaarde (via gestandaardiseerde uitlogingstoets met een Liquid/Solid ratio van 10)
Milieu Grond Maximale waarde grootschalige toepassingen op of in de bodem onder oppervlaktewater: Emissietoetswaarde (droge stof)
Milieu Grondwater Grondwater streefwaarde (opgelost) 0,02 µg/l
Milieu Grondwater Grondwater interventiewaarde (opgelost) 30 µg/l
 

Toelichtende voetnoot

89:

Jaargemiddelde milieukwaliteitsnorm

92:

Maximaal aanvaardbare concentratie

91:

Jaargemiddelde milieukwaliteitsnorm

94:

Maximaal aanvaardbare concentratie

Voetnoten

1:

Deze stof was op genomen in de bijlage bij de Regeling monitoring kaderrichtlijn water van 14 april 2010, maar is niet meer opgenomen in de huidige regeling. Dit komt omdat geconstateerd dat deze stof niet meer relevant is voor het monitoren van de waterkwaliteit omdat deze stof al verschillende jaren niet of nauwelijks is aangetroffen en/of de concentraties ruimschoots lager zijn dan de in de vorige regeling gehanteerde normen.

2:

Deze stof was op genomen in de bijlage bij de Regeling monitoring kaderrichtlijn water van 14 april 2010, maar is niet meer opgenomen in de huidige regeling. Dit komt omdat geconstateerd dat deze stof niet meer relevant is voor het monitoren van de waterkwaliteit omdat deze stof al verschillende jaren niet of nauwelijks is aangetroffen en/of de concentraties ruimschoots lager zijn dan de in de vorige regeling gehanteerde normen.

3:

Deze stof was op genomen in de bijlage bij de Regeling monitoring kaderrichtlijn water van 14 april 2010, maar is niet meer opgenomen in de huidige regeling. Dit komt omdat geconstateerd dat deze stof niet meer relevant is voor het monitoren van de waterkwaliteit omdat deze stof al verschillende jaren niet of nauwelijks is aangetroffen en/of de concentraties ruimschoots lager zijn dan de in de vorige regeling gehanteerde normen.

4:

Deze stof was op genomen in de bijlage bij de Regeling monitoring kaderrichtlijn water van 14 april 2010, maar is niet meer opgenomen in de huidige regeling. Dit komt omdat geconstateerd dat deze stof niet meer relevant is voor het monitoren van de waterkwaliteit omdat deze stof al verschillende jaren niet of nauwelijks is aangetroffen en/of de concentraties ruimschoots lager zijn dan de in de vorige regeling gehanteerde normen.

5:

Voor samenstelling somparameters zie Bijlage N van de Regeling bodemkwaliteit: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/

Voor de samenstelling van de somparameters zie bijlage N van de Regeling bodemkwaliteit (http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). Bij het berekenen van een somwaarde worden voor de individuele componenten de resultaten < vereiste rapportagegrens AS3000 vermenigvuldigd met 0,7. Indien alle individuele waarden als onderdeel van de berekende waarde het resultaat < vereiste rapportagegrens AS3000 hebben, mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit van de grond of het grondwater voldoet aan de van toepassing zijnde normwaarde. Indien er voor een of meer individuele componenten een of meer gemeten gehalten (zonder < teken) zijn, dan dient de berekende waarde te worden getoetst aan de van toepassing zijnde normwaarde. Deze regel geldt ook als gemeten gehalten lager zijn dan de vereiste rapportagegrens. Het verkregen toetsingsresultaat, op basis van een berekende somwaarde waarin voor een of meer individuele componenten is gerekend met een waarde van 0,7 maal de rapportagegrens, heeft geen verplichtend karakter. De onderzoeker heeft de vrijheid onderbouwd te concluderen dat het betreffende monster niet in die mate is verontreinigd als het toetsingsresultaat aangeeft. Dit geldt bijvoorbeeld als bij een meting van PAK in het grondwater alleen naftaleen in een licht verhoogde concentratie is aangetoond en de overige PAK een waarde < vereiste rapportagegrens AS3000 hebben. Voor die overige PAK worden dan relatief hoge gehalten berekend (door de vermenigvuldiging met 0,7), waarvan kan worden onderbouwd dat die gehalten niet in het grondwater aanwezig zullen zijn gezien de immobiliteit van de betreffende stoffen.

6:

Achtergrondwaarde is gebaseerd op de bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid), omdat onvoldoende data / metingen boven de bepalingsgrens beschikbaar zijn om een betrouwbare P95 af te leiden.

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

7:

Achtergrondwaarde is gebaseerd op de bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid), omdat onvoldoende data / metingen boven de bepalingsgrens beschikbaar zijn om een betrouwbare P95 af te leiden.

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

8:

Achtergrondwaarde is gebaseerd op de bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid), omdat onvoldoende data / metingen boven de bepalingsgrens beschikbaar zijn om een betrouwbare P95 af te leiden.

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

9:

In oppervlaktewater wordt geen grond toegepast die niet afkomstig is van de bodem onder het oppervlaktewater en die de Maximale waarden voor de functieklasse industrie overschrijdt.

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

10:

nvt

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

11:

nvt

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

12:

De Maximale waarden kwaliteitsklasse A zijn gebaseerd op een bepaald Herverontreinigingsniveau (HVN). Voor de stoffen waarvoor geen HVN is afgeleid gelden de Achtergrondwaarden en de toetsingsregels voor de Achtergrondwaarden.

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

13:

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

14:

nvt

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

15:

nvt

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

16:

Voor de samenstelling van de somparameters zie bijlage N van de Regeling bodemkwaliteit (http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). Bij het berekenen van een somwaarde worden voor de individuele componenten de resultaten < vereiste rapportagegrens AS3000 vermenigvuldigd met 0,7. Indien alle individuele waarden als onderdeel van de berekende waarde het resultaat < vereiste rapportagegrens AS3000 hebben, mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit van de grond of het grondwater voldoet aan de van toepassing zijnde normwaarde. Indien er voor een of meer individuele componenten een of meer gemeten gehalten (zonder < teken) zijn, dan dient de berekende waarde te worden getoetst aan de van toepassing zijnde normwaarde. Deze regel geldt ook als gemeten gehalten lager zijn dan de vereiste rapportagegrens. Het verkregen toetsingsresultaat, op basis van een berekende somwaarde waarin voor een of meer individuele componenten is gerekend met een waarde van 0,7 maal de rapportagegrens, heeft geen verplichtend karakter. De onderzoeker heeft de vrijheid onderbouwd te concluderen dat het betreffende monster niet in die mate is verontreinigd als het toetsingsresultaat aangeeft. Dit geldt bijvoorbeeld als bij een meting van PAK in het grondwater alleen naftaleen in een licht verhoogde concentratie is aangetoond en de overige PAK een waarde < vereiste rapportagegrens AS3000 hebben. Voor die overige PAK worden dan relatief hoge gehalten berekend (door de vermenigvuldiging met 0,7), waarvan kan worden onderbouwd dat die gehalten niet in het grondwater aanwezig zullen zijn gezien de immobiliteit van de betreffende stoffen.

Let op!

Geprint op: 7/25/2021 om: 6:11 PM

Controleer de actualiteit van deze gegevens op: https://rvs.rivm.nl

Gevaarsindelingen

Informatieboodschap Er zijn voor deze stof geen gegevens voor gevaarsindelingen. Stoffen kunnen echter tot een groep behoren waarvoor wel gegevens voor gevaarsindelingen zijn opgenomen.

Let op!

Geprint op: 7/25/2021 om: 6:11 PM

Controleer de actualiteit van deze gegevens op: https://rvs.rivm.nl

Toelichtende voetnoten