heptachloorepoxide | Risico's van Stoffen

Let op!

Geprint op: 18-6-2019 om: 7:21

Controleer de actualiteit van deze gegevens op: https://rvs.rivm.nl

Heptachloorepoxide

Stofgegevens

 
Stofnaam
heptachloorepoxide
Engelse naam
heptachlor epoxide
CAS-nummer
1024-57-3
EG-nummer
213-831-0
Aquo-code
sHpClepO
SIKB-id
857
Synoniem
heptachloroepoxide
Molecuulformule
C10-H5-Cl7-O
Structuurformule
Afbeelding van de structuurformule van heptachloorepoxide
Functionele stofgroep
GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN en/of BIOCIDEN
Gewasbeschermingsmiddelen
Lijst ZZS
Lijst KRW prioritaire stoffen
ZZS gewasbeschermingsmiddelen en of biociden
Lijst Stofklassen voor luchtemissies
Chemische stofgroep
organochloorverbindingen
ZZS gechloreerde en gebromeerde koolwaterstoffen
Emissiegegevens ZZS-Navigator
Naar lucht
Naar water

Let op!

Geprint op: 18-6-2019 om: 7:21

Controleer de actualiteit van deze gegevens op: https://rvs.rivm.nl

ZZS
heptachloorepoxide
(1024-57-3)
Specifieke naam op ZZS heptachloorepoxide
Op ZZS lijst vanwege KRW Prioritair gevaarlijke stoffen KRW lijst
Datum toevoeging 2-12-2013
Informatieboodschap Er zijn voor deze stof geen gegevens voor RIVM stofadviezen. Stoffen kunnen echter tot een groep behoren waarvoor wel gegevens voor RIVM stofadviezen zijn opgenomen.
Stofklassen voor luchtemissies
heptachloorepoxide
(1024-57-3)
Stofklasse voor luchtemissies MVP 1
Grensmassastroom 0,15 g/uur
Emissiegrenswaarde 0,05 mg/Nm3
KRW prioritaire stoffen
heptachloorepoxide
(1024-57-3)
Specifieke naam op KRW heptachloor en heptachloorepoxide
Geplaatst als Prioritair gevaarlijke stof
Informatieboodschap Er zijn voor deze stof geen gegevens voor OSPAR. Stoffen kunnen echter tot een groep behoren waarvoor wel gegevens voor OSPAR zijn opgenomen.
Informatieboodschap Er zijn voor deze stof geen gegevens voor E-PRTR. Stoffen kunnen echter tot een groep behoren waarvoor wel gegevens voor E-PRTR zijn opgenomen.
Informatieboodschap Er zijn voor deze stof geen gegevens voor Autorisaties en restricties. Stoffen kunnen echter tot een groep behoren waarvoor wel gegevens voor Autorisaties en restricties zijn opgenomen.

Toelichtende voetnoten

Let op!

Geprint op: 18-6-2019 om: 7:21

Controleer de actualiteit van deze gegevens op: https://rvs.rivm.nl

Normen

Normwaarden per categorie, compartiment en stof
Categorie Compartiment/Normtype Norm heptachloorepoxide
(1024-57-3)
Milieu Oppervlaktewater zoet log Kp l/kg (zwevend stof) 1,94
Milieu Oppervlaktewater zoet Landoppervlaktewateren wettelijk JG-MKN (totaal) 2E-07 µg/l
Milieu Oppervlaktewater zoet Landoppervlaktewateren wettelijk MAC-MKN (totaal) 3E-04 µg/l
Milieu Oppervlaktewater zout Andere oppervlaktewateren wettelijk JG-MKN (totaal) 1E-08 µg/l
Milieu Oppervlaktewater zout Andere oppervlaktewateren wettelijk MAC-MKN (totaal) 3E-05 µg/l
Milieu Biota Landoppervlaktewateren Biota wettelijk MKN 6,7E-03 µg/kg
Milieu Sediment Sediment MTR (droge stof) 0,02 µg/kg
Milieu Sediment Sediment VR (droge stof) 0,0002 µg/kg
Milieu Grond Grond interventiewaarde (droge stof) 4 mg/kg
Milieu Grond Grond VR (droge stof) 0,0002 µg/kg
Milieu Grondwater Grondwater streefwaarde (opgelost) 0,005 ng/l
Milieu Grondwater Grondwater interventiewaarde (opgelost) 3000 ng/l
Hergebruik bagger en grond Grond Achtergrondwaarde (droge stof; bij toepassing op of in de bodem) 0,0020 mg/kg
Hergebruik bagger en grond Grond Maximale waarde voor verspreiden van baggerspecie over aangrenzend perceel (droge stof)
Hergebruik bagger en grond Grond Maximale waarde bodemfunctieklasse wonen / Maximale waarden kwaliteitsklasse wonen (droge stof) 0,0020 mg/kg
Hergebruik bagger en grond Grond Maximale waarde bodemfunctieklasse industrie / Maximale waarde kwaliteitsklasse industrie (droge stof) 0,1 mg/kg
Hergebruik bagger en grond Grond Maximale waarde grootschalige toepassingen op of in de bodem: Maximale emissiewaarde (via gestandaardiseerde uitlogingstoets met Liquid/Solid ratio 10)
Hergebruik bagger en grond Grond Maximale waarde grootschalige toepassingen op of in de bodem: Emissietoetswaarde (droge stof)
Hergebruik bagger en grond Grond Achtergrondwaarde (droge stof; bij toepassing in oppervlaktewater en voor de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam) 0,0020 mg/kg
Hergebruik bagger en grond Grond Maximale waarde verspreiden baggerspecie in zoet oppervlaktewater / Maximale waarde kwaliteitsklasse A (droge stof) 0,004 mg/kg
Hergebruik bagger en grond Grond Interventiewaarde bodem onder oppervlaktewater / Maximale waarde kwaliteitsklasse B (droge stof) 4 mg/kg
Hergebruik bagger en grond Grond Maximale waarde grootschalige toepassingen op of in de bodem onder oppervlaktewater: Maximale emissiewaarde (via gestandaardiseerde uitlogingstoets met een Liquid/Solid ratio van 10)
Hergebruik bagger en grond Grond Maximale waarde grootschalige toepassingen op of in de bodem onder oppervlaktewater: Emissietoetswaarde (droge stof)
 

Toelichtende voetnoot

33:

Jaargemiddelde milieukwaliteitsnorm (JG-MKN). Deze term werd gebruikt in de Nederlandse wetgeving onder de KRW, maar bij de laatste wijziging van het Besluit milieukwaliteitseisen water (BKMW) is de term milieukwaliteitsnorm vervangen door milieukwaliteitseis (JG-MKE). In de Regeling monitoring Kaderrichtlijn water wordt gesproken over ‘jaargemiddelde waarde van de concentratie’. Deze wijziging heeft te maken de juridische status van de getallen in beide documenten. De inhoudelijke betekenis van de getallen en de wijze van toetsing is niet veranderd en de wijziging is ook niet van toepassing op de stoffen die niet in BKMW of Regeling staan genoemd. Op deze website kiezen we er daarom voor om de term JG-MKN te blijven gebruiken, ongeacht de status van het getal.

37:

Maximaal aanvaardbare concentratie (MAC-MKN). Deze term werd gebruikt in de Nederlandse wetgeving onder de KRW, maar bij de laatste wijziging van het Besluit milieukwaliteitseisen water (BKMW) is de term milieukwaliteitsnorm vervangen door milieukwaliteitseis (MAC-MKE). In de Regeling monitoring Kaderrichtlijn water wordt gesproken over ‘Maximaal aanvaardbare waarde van de concentratie’. Deze wijziging heeft te maken de juridische status van de getallen in beide documenten. De inhoudelijke betekenis van de getallen en de wijze van toetsing is niet veranderd en de wijziging is ook niet van toepassing op de stoffen die niet in BKMW of Regeling staan genoemd. Op deze website kiezen we er daarom voor om de term MAC-MKN te blijven gebruiken, ongeacht de status van het getal.

35:

Jaargemiddelde milieukwaliteitsnorm (JG-MKN). Deze term werd gebruikt in de Nederlandse wetgeving onder de KRW, maar bij de laatste wijziging van het Besluit milieukwaliteitseisen water (BKMW) is de term milieukwaliteitsnorm vervangen door milieukwaliteitseis (JG-MKE). In de Regeling monitoring Kaderrichtlijn water wordt gesproken over ‘jaargemiddelde waarde van de concentratie’. Deze wijziging heeft te maken de juridische status van de getallen in beide documenten. De inhoudelijke betekenis van de getallen en de wijze van toetsing is niet veranderd en de wijziging is ook niet van toepassing op de stoffen die niet in BKMW of Regeling staan genoemd. Op deze website kiezen we er daarom voor om de term JG-MKN te blijven gebruiken, ongeacht de status van het getal.

39:

Maximaal aanvaardbare concentratie (MAC-MKN). Deze term werd gebruikt in de Nederlandse wetgeving onder de KRW, maar bij de laatste wijziging van het Besluit milieukwaliteitseisen water (BKMW) is de term milieukwaliteitsnorm vervangen door milieukwaliteitseis (MAC-MKE). In de Regeling monitoring Kaderrichtlijn water wordt gesproken over ‘Maximaal aanvaardbare waarde van de concentratie’. Deze wijziging heeft te maken de juridische status van de getallen in beide documenten. De inhoudelijke betekenis van de getallen en de wijze van toetsing is niet veranderd en de wijziging is ook niet van toepassing op de stoffen die niet in BKMW of Regeling staan genoemd. Op deze website kiezen we er daarom voor om de term MAC-MKN te blijven gebruiken, ongeacht de status van het getal.

53:

Milieukwaliteitsnorm

57:

Maximaal toelaatbaar risiconiveau

59:

Verwaarloosbaar risiconiveau

64:

Verwaarloosbaar risiconiveau

Voetnoten

1:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2027

2:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2027

3:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2027

4:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2027

5:

datum van realisatie van de milieukwaliteitseis: 22 december 2027

6:

Voor samenstelling somparameters zie Bijlage N van de Regeling bodemkwaliteit: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/

Voor de samenstelling van de somparameters zie bijlage N van de Regeling bodemkwaliteit (http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). Bij het berekenen van een somwaarde worden voor de individuele componenten de resultaten < vereiste rapportagegrens AS3000 vermenigvuldigd met 0,7. Indien alle individuele waarden als onderdeel van de berekende waarde het resultaat < vereiste rapportagegrens AS3000 hebben, mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit van de grond of het grondwater voldoet aan de van toepassing zijnde normwaarde. Indien er voor een of meer individuele componenten een of meer gemeten gehalten (zonder < teken) zijn, dan dient de berekende waarde te worden getoetst aan de van toepassing zijnde normwaarde. Deze regel geldt ook als gemeten gehalten lager zijn dan de vereiste rapportagegrens. Het verkregen toetsingsresultaat, op basis van een berekende somwaarde waarin voor een of meer individuele componenten is gerekend met een waarde van 0,7 maal de rapportagegrens, heeft geen verplichtend karakter. De onderzoeker heeft de vrijheid onderbouwd te concluderen dat het betreffende monster niet in die mate is verontreinigd als het toetsingsresultaat aangeeft. Dit geldt bijvoorbeeld als bij een meting van PAK in het grondwater alleen naftaleen in een licht verhoogde concentratie is aangetoond en de overige PAK een waarde < vereiste rapportagegrens AS3000 hebben. Voor die overige PAK worden dan relatief hoge gehalten berekend (door de vermenigvuldiging met 0,7), waarvan kan worden onderbouwd dat die gehalten niet in het grondwater aanwezig zullen zijn gezien de immobiliteit van de betreffende stoffen.

7:

De Streefwaarden grondwater voor een aantal stoffen zijn lager dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze Streefwaarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Het hanteren van een strengere rapportagegrens mag ook, mits de gehanteerde analysemethode voldoet aan AS3000. Bij het beoordelen van het meetresultaat < rapportagegrens AS3000 mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van het grondwater voldoet aan de Streefwaarde. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder< teken), moet dit gehalte aan de Streefwaarde worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000.

Voor de samenstelling van de somparameters zie bijlage N van de Regeling bodemkwaliteit (http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). Bij het berekenen van een somwaarde worden voor de individuele componenten de resultaten < vereiste rapportagegrens AS3000 vermenigvuldigd met 0,7. Indien alle individuele waarden als onderdeel van de berekende waarde het resultaat < vereiste rapportagegrens AS3000 hebben, mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit van de grond of het grondwater voldoet aan de van toepassing zijnde normwaarde. Indien er voor een of meer individuele componenten een of meer gemeten gehalten (zonder < teken) zijn, dan dient de berekende waarde te worden getoetst aan de van toepassing zijnde normwaarde. Deze regel geldt ook als gemeten gehalten lager zijn dan de vereiste rapportagegrens. Het verkregen toetsingsresultaat, op basis van een berekende somwaarde waarin voor een of meer individuele componenten is gerekend met een waarde van 0,7 maal de rapportagegrens, heeft geen verplichtend karakter. De onderzoeker heeft de vrijheid onderbouwd te concluderen dat het betreffende monster niet in die mate is verontreinigd als het toetsingsresultaat aangeeft. Dit geldt bijvoorbeeld als bij een meting van PAK in het grondwater alleen naftaleen in een licht verhoogde concentratie is aangetoond en de overige PAK een waarde < vereiste rapportagegrens AS3000 hebben. Voor die overige PAK worden dan relatief hoge gehalten berekend (door de vermenigvuldiging met 0,7), waarvan kan worden onderbouwd dat die gehalten niet in het grondwater aanwezig zullen zijn gezien de immobiliteit van de betreffende stoffen.

8:

De Streefwaarden grondwater voor een aantal stoffen zijn lager dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze Streefwaarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Het hanteren van een strengere rapportagegrens mag ook, mits de gehanteerde analysemethode voldoet aan AS3000. Bij het beoordelen van het meetresultaat < rapportagegrens AS3000 mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van het grondwater voldoet aan de Streefwaarde. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder< teken), moet dit gehalte aan de Streefwaarde worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000.

Voor de samenstelling van de somparameters zie bijlage N van de Regeling bodemkwaliteit (http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). Bij het berekenen van een somwaarde worden voor de individuele componenten de resultaten < vereiste rapportagegrens AS3000 vermenigvuldigd met 0,7. Indien alle individuele waarden als onderdeel van de berekende waarde het resultaat < vereiste rapportagegrens AS3000 hebben, mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit van de grond of het grondwater voldoet aan de van toepassing zijnde normwaarde. Indien er voor een of meer individuele componenten een of meer gemeten gehalten (zonder < teken) zijn, dan dient de berekende waarde te worden getoetst aan de van toepassing zijnde normwaarde. Deze regel geldt ook als gemeten gehalten lager zijn dan de vereiste rapportagegrens. Het verkregen toetsingsresultaat, op basis van een berekende somwaarde waarin voor een of meer individuele componenten is gerekend met een waarde van 0,7 maal de rapportagegrens, heeft geen verplichtend karakter. De onderzoeker heeft de vrijheid onderbouwd te concluderen dat het betreffende monster niet in die mate is verontreinigd als het toetsingsresultaat aangeeft. Dit geldt bijvoorbeeld als bij een meting van PAK in het grondwater alleen naftaleen in een licht verhoogde concentratie is aangetoond en de overige PAK een waarde < vereiste rapportagegrens AS3000 hebben. Voor die overige PAK worden dan relatief hoge gehalten berekend (door de vermenigvuldiging met 0,7), waarvan kan worden onderbouwd dat die gehalten niet in het grondwater aanwezig zullen zijn gezien de immobiliteit van de betreffende stoffen.

9:

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

10:

Geen herverontreinigingsniveau bepaald, maar het betreft wel een prioritaire stof. De maximale waarde is gebaseerd op KRW-normen.

De msPAF wordt berekend voor de met X aangeduide stoffen. Indien geen waarde wordt ingevuld (bijvoorbeeld omdat de stof niet gemeten wordt) wordt gerekend met 0,7 * bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid). De baggerspecie voldoet aan de maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie op het aangrenzende perceel indien: (*) De gehalten van de gemeten stoffen lager zijn dan de Interventiewaarde bodem, niet zijnde de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, en (*) Voor organische stoffen: msPAF < 20%, en (*) Voor metalen: msPAF < 50%, waarbij voor cadmium een maximum gehalte geldt. Voor gemeten stoffen die geen deel uitmaken van de msPAF-berekening geldt de achtergrondwaarde (met uitzondering van somparamaters waarbij de individuele parameters onderdeel uitmaken van de msPAF-berekening; deze uitzondering geldt niet voor dioxine (som TEQ) waarvan PCB118 onderdeel uitmaakt). Minerale olie maakt geen deel uit van de msPAF-berekening. In plaats van de Achtergrondwaarde geldt voor deze stof de waarde, die vermeld is in de kolom 'Maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie over aangrenzend perceel'. Voor toetsing aan de achtergrondwaarden worden de toetsingsregels van de Achtergrondwaarden toegepast. Uit artikel 36 van het Besluit vloeit voort dat naast de msPAF toetsing ook een toets moet plaatsvinden aan de Interventiewaarden bodem. Voor metalen waarvoor geen Interventiewaarden bodem zijn vastgesteld, dienen de Maximale waarden bodemfunctieklasse industrie te worden gehanteerd.

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

11:

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

12:

In oppervlaktewater wordt geen grond toegepast die niet afkomstig is van de bodem onder het oppervlaktewater en die de Maximale waarden voor de functieklasse industrie overschrijdt.

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

13:

nvt

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

14:

nvt

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

15:

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

16:

De Maximale waarden kwaliteitsklasse A zijn gebaseerd op een bepaald Herverontreinigingsniveau (HVN). Voor de stoffen waarvoor geen HVN is afgeleid gelden de Achtergrondwaarden en de toetsingsregels voor de Achtergrondwaarden.

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

17:

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

18:

nvt

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

19:

nvt

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

Let op!

Geprint op: 18-6-2019 om: 7:21

Controleer de actualiteit van deze gegevens op: https://rvs.rivm.nl

Informatieboodschap Er zijn voor deze stof geen gegevens voor ADR. Stoffen kunnen echter tot een groep behoren waarvoor wel gegevens voor ADR zijn opgenomen.

Voetnoten

Let op!

Geprint op: 18-6-2019 om: 7:21

Controleer de actualiteit van deze gegevens op: https://rvs.rivm.nl

Toelichtende voetnoten