POLYMERISERENDE STOF | Risico's van Stoffen

Let op!

Geprint op: 12/4/2020 om: 1:01 PM

Controleer de actualiteit van deze gegevens op: https://rvs.rivm.nl

POLYMERISERENDE STOF

Stofgegevens

 
Stofnaam
POLYMERISERENDE STOF
UN-nummer
3531; 3532; 3533; 3534
Functionele stofgroep
Lijst ADR

Let op!

Geprint op: 12/4/2020 om: 1:01 PM

Controleer de actualiteit van deze gegevens op: https://rvs.rivm.nl

Stoffenlijsten

Informatieboodschap Er zijn voor deze stof geen gegevens voor stoffenlijsten. Stoffen kunnen echter tot een groep behoren waarvoor wel gegevens voor stoffenlijsten zijn opgenomen.

Let op!

Geprint op: 12/4/2020 om: 1:01 PM

Controleer de actualiteit van deze gegevens op: https://rvs.rivm.nl

Normen

Informatieboodschap Er zijn voor deze stof geen normgegevens. Stoffen kunnen echter tot een groep behoren waarvoor wel normgegevens zijn opgenomen.

Let op!

Geprint op: 12/4/2020 om: 1:01 PM

Controleer de actualiteit van deze gegevens op: https://rvs.rivm.nl

ADR
POLYMERISERENDE STOF POLYMERISERENDE STOF POLYMERISERENDE STOF POLYMERISERENDE STOF
UN-nummer 3531
3533
3532
3534
Benaming en beschrijving 3.1.2 POLYMERISERENDE STOF, VAST, GESTABILISEERD, N.E.G
POLYMERISERENDE STOF, VAST, MET TEMPERATUURBEHEERSING, N.E.G.
POLYMERISERENDE STOF, VLOEIBAAR, GESTABILISEERD, N.E.G.
POLYMERISERENDE STOF, VLOEIBAAR, MET TEMPERATUURBEHEERSING, N.E.G.
Klasse 2.2 4.1 4.1 4.1 4.1
Classificatiecode 2.2 PM1
PM2
PM1
PM2
Verpakkingsgroep 2.1.1.3 III
III
III
III
Etiketten 5.2.2 4.1 4.1 4.1 4.1
Bijzondere bepalingen 3.3 274 386 274 386 274 386 274 386
Gelimiteerde hoeveelheden 3.4 0
0
0
0
Vrijgestelde hoeveelheden 3.5.1.2 E0
E0
E0
E0
Verpakkingen: Verpakkingsinstructies 4.1.4 P002 IBC07
P002 IBC07
P001 IBC03
P001 IBC03
Verpakkingen: Bijzondere bepalingen 4.1.4 B18 PP92
B18 PP92
B19 PP93
B19 PP93
Transporttanks en bulkcontainers: Instructies 4.2.5.2, 7.3.2 T7
T7
T7
T7
Transporttanks en bulkcontainers: Bijzondere bepalingen 4.2.5.3 TP4 TP6 TP33 TP4 TP6 TP33 TP4 TP6 TP4 TP6
ADR tanks: Tankcode 4.3 SGAN(+)
SGAN(+)
L4BN(+)
L4BN(+)
ADR tanks: Bijzondere bepalingen 4.3.5, 6.8.4 TE11 TU30
TE11 TU30
TE11 TU30
TE11 TU30
Voertuig voor tankvervoer 9.1.1.2 AT
AT
AT
AT
Vervoerscategorie (Code voor beperkingen in tunnels) 1.1.3.6 2 (D)
1 (D)
2 (D)
1 (D)
Bijzondere bepalingen voor het vervoer: Colli 7.2.4 V1
V8
V1
V8
Bijzondere bepalingen voor het vervoer: Laden Lossen en behandeling 7.5.11 CV15 CV22
CV15 CV21 CV22
CV15 CV22
CV15 CV21 CV22
Bijzondere bepalingen voor het vervoer: Bedrijf 8.5
S4
S4
Gevaarsidentificatienummer 5.3.2.3 40 40 40 40

Voetnoten

Brandbare vaste stoffen, zelfontledende stoffen, polymeriserende stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet explosieve toestand
Brandbare vaste stoffen, zelfontledende stoffen, polymeriserende stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet explosieve toestand
Brandbare vaste stoffen, zelfontledende stoffen, polymeriserende stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet explosieve toestand
Brandbare vaste stoffen, zelfontledende stoffen, polymeriserende stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet explosieve toestand
brandbare vaste stoffen, zelfontledende stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet explosieve toestand
brandbare vaste stoffen, zelfontledende stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet explosieve toestand
brandbare vaste stoffen, zelfontledende stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet explosieve toestand
brandbare vaste stoffen, zelfontledende stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet explosieve toestand
brandbare vaste stoffen, zelfontledende stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet explosieve toestand
brandbare vaste stoffen, zelfontledende stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet explosieve toestand
brandbare vaste stoffen, zelfontledende stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet explosieve toestand
brandbare vaste stoffen, zelfontledende stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet explosieve toestand
De voorschriften van 3.1.2.8 zijn van toepassing.
De voorschriften van 3.1.2.8 zijn van toepassing.
De voorschriften van 3.1.2.8 zijn van toepassing.
De voorschriften van 3.1.2.8 zijn van toepassing.
De vullingsgraad voor transporttanks mag niet hoger zijn dan 90% of, in plaats daarvan, een andere waarde die door de bevoegde autoriteit is goedgekeurd (zie 4.2.1.16.2).
Om te bereiken dat de tank in geen geval, ook niet bij aanwezigheid van de tank in een brandhaard, open barst, moet de tank voorzien zijn van drukontlastingsinrichtingen die zijn afgestemd op de grootte van de tank en op de aard van de vervoerde stof. Ook moeten de inrichtingen inert ten opzichte van de stof zijn.
De transporttank-instructie die aan deze stof is toegekend, is van toepassing op korrelige en poedervormige vaste stoffen en op vaste stoffen die worden gevuld en gelost bij temperaturen boven hun smeltpunt maar die worden afgekoeld en vervoerd als een vaste massa. Voor vaste stoffen die worden vervoerd bij temperaturen boven hun smeltpunt, zie 4.2.1.19.
De vullingsgraad voor transporttanks mag niet hoger zijn dan 90% of, in plaats daarvan, een andere waarde die door de bevoegde autoriteit is goedgekeurd (zie 4.2.1.16.2).
Om te bereiken dat de tank in geen geval, ook niet bij aanwezigheid van de tank in een brandhaard, open barst, moet de tank voorzien zijn van drukontlastingsinrichtingen die zijn afgestemd op de grootte van de tank en op de aard van de vervoerde stof. Ook moeten de inrichtingen inert ten opzichte van de stof zijn.
De transporttank-instructie die aan deze stof is toegekend, is van toepassing op korrelige en poedervormige vaste stoffen en op vaste stoffen die worden gevuld en gelost bij temperaturen boven hun smeltpunt maar die worden afgekoeld en vervoerd als een vaste massa. Voor vaste stoffen die worden vervoerd bij temperaturen boven hun smeltpunt, zie 4.2.1.19.
De vullingsgraad voor transporttanks mag niet hoger zijn dan 90% of, in plaats daarvan, een andere waarde die door de bevoegde autoriteit is goedgekeurd (zie 4.2.1.16.2).
Om te bereiken dat de tank in geen geval, ook niet bij aanwezigheid van de tank in een brandhaard, open barst, moet de tank voorzien zijn van drukontlastingsinrichtingen die zijn afgestemd op de grootte van de tank en op de aard van de vervoerde stof. Ook moeten de inrichtingen inert ten opzichte van de stof zijn.
De vullingsgraad voor transporttanks mag niet hoger zijn dan 90% of, in plaats daarvan, een andere waarde die door de bevoegde autoriteit is goedgekeurd (zie 4.2.1.16.2).
Om te bereiken dat de tank in geen geval, ook niet bij aanwezigheid van de tank in een brandhaard, open barst, moet de tank voorzien zijn van drukontlastingsinrichtingen die zijn afgestemd op de grootte van de tank en op de aard van de vervoerde stof. Ook moeten de inrichtingen inert ten opzichte van de stof zijn.
brandbare vaste stof, of zelfontledende stof, of voor zelfverhitting vatbare stof, of polymeriserende stof
brandbare vaste stof, of zelfontledende stof, of voor zelfverhitting vatbare stof, of polymeriserende stof
brandbare vaste stof, of zelfontledende stof, of voor zelfverhitting vatbare stof, of polymeriserende stof
brandbare vaste stof, of zelfontledende stof, of voor zelfverhitting vatbare stof, of polymeriserende stof

Let op!

Geprint op: 12/4/2020 om: 1:01 PM

Controleer de actualiteit van deze gegevens op: https://rvs.rivm.nl

Toelichtende voetnoten