organische tinverbindingen | Risico's van Stoffen

Let op!

Geprint op: 12/13/2019 om: 1:22 AM

Controleer de actualiteit van deze gegevens op: https://rvs.rivm.nl

Organische Tinverbindingen

Stofgegevens

 
Stofnaam
organische tinverbindingen
Engelse naam
organostannic compounds
UN-nummer
2788; 2788; 2788; 3146; 3146; 3146
Synoniem
organotinverbindingen
organic tin compounds
Functionele stofgroep
GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN en/of BIOCIDEN
Gewasbeschermingsmiddelen
Biociden
Lijst ZZS
Lijst OSPAR
Lijst E-PRTR
Lijst Autorisaties en restricties
Lijst ADR
ZZS gewasbeschermingsmiddelen en of biociden
Lijst Stofklassen voor luchtemissies
Chemische stofgroep
metalen en metaalverbindingen
ZZS organotinverbindingen
organometaalverbindingen
Emissiegegevens ZZS-Navigator
Naar lucht
Naar water

Let op!

Geprint op: 12/13/2019 om: 1:22 AM

Controleer de actualiteit van deze gegevens op: https://rvs.rivm.nl

ZZS
organische tinverbindingen
Specifieke naam op ZZS organische tinverbindingen; organotinverbindingen; tinverbindingen organisch
Op ZZS lijst vanwege OSPAR OSPAR lijst van stoffen voor prioritaire actie
Datum toevoeging 2-12-2013
Informatieboodschap Er zijn voor deze stof geen gegevens voor RIVM stofadviezen. Stoffen kunnen echter tot een groep behoren waarvoor wel gegevens voor RIVM stofadviezen zijn opgenomen.
Stofklassen voor luchtemissies
organische tinverbindingen
Stofklasse voor luchtemissies MVP 2
Grensmassastroom 100 g/uur
Emissiegrenswaarde 20 mg/Nm3
Informatieboodschap Er zijn voor deze stof geen gegevens voor KRW prioritaire stoffen. Stoffen kunnen echter tot een groep behoren waarvoor wel gegevens voor KRW prioritaire stoffen zijn opgenomen.
OSPAR
organische tinverbindingen
Specifieke naam op OSPAR organische tinverbindingen; organotinverbindingen
Laatste revisie Achtergrond document (Organiserend land) 2011 (Nederland)
E-PRTR
organische tinverbindingen
Specifieke stofnaam op EPRTR organische tinverbindingen (als totaal Sn)
Drempelwaarde voor uitstoot in de lucht -
Drempelwaarde voor uitstoot in water 50 kg/jaar
Autorisaties en restricties
organische tinverbindingen
Specifieke naam op REACH bijlage XVII organische tinverbindingen
Beperkingsvoorwaarden volgens REACH Bijlage XVII, 20. organische tinverbindingen

Toelichtende voetnoten

1:

De getoonde waarde voor de grensmassastroom wijkt af van de algemene waarde voor de MVP 1 en 2 stofklassen. De getoonde waarde geldt tot 1 januari 2025, daarna wordt de algemene waarde van kracht.

2:

De getoonde waarde voor de emissiegrenswaarde wijkt af van de algemene waarde voor de MVP 1 en 2 stofklassen. De getoonde waarde geldt tot 1 januari 2025, daarna wordt de algemene waarde van kracht.

1:

De volgende stof behorende tot de groep van organische tinverbindingen is afgevoerd van de 'List of Substances of Possible Concern' omdat de stof niet voldoet aan het selectiecriterium voor persistentie van de initiële OSPAR selectieprocedure aanvaard/goedgekeurd door OSPAR 2001 (Referentie nr. 2001-1) en krijgt daarom geen prioriteit voor actie door OSPAR: stannaan, tributyl(1-oxododecyl)oxy (CAS nr. 3090-36-6).

2:

De volgende stof behorende tot de groep van organische tinverbindingen is afgevoerd van de 'List of Substances of Possible Concern' omdat de stof niet voldoet aan het selectiecriterium voor persistentie van de initiële OSPAR selectieprocedure aanvaard/goedgekeurd door OSPAR 2001 (Referentie nr. 2001-1) en krijgt daarom geen prioriteit voor actie door OSPAR: stannaan, tributyl(1-oxododecyl)oxy (CAS nr. 3090-36-6).

1:

als totaal Sn

2:

Een streepje (_) geeft aan dat voor betrokken parameter en milieucompartiment geen rapportagevereiste geldt

3:

Tenzij anders aangegeven wordt bij rapportage van een verontreinigende stof vermeld in bijlage II de totale massa van die verontreinigende stof vermeld of, als het om een groep van verontreinigende stoffen gaat, de totale massa van de groep.

Let op!

Geprint op: 12/13/2019 om: 1:22 AM

Controleer de actualiteit van deze gegevens op: https://rvs.rivm.nl

Normen

Normwaarden per categorie, compartiment en stof
Categorie Compartiment/Normtype Norm organische tinverbindingen
Milieu Grond Grond interventiewaarde (droge stof) 2,5 mg/kg
Milieu Grondwater Grondwater streefwaarde (opgelost) 0,05 ng/l
Milieu Grondwater Grondwater interventiewaarde (opgelost) 700 ng/l
Hergebruik bagger en grond Grond Achtergrondwaarde (droge stof; bij toepassing op of in de bodem) 0,15 mg/kg
Hergebruik bagger en grond Grond Maximale waarde bodemfunctieklasse wonen / Maximale waarden kwaliteitsklasse wonen (droge stof) 0,5 mg/kg
Hergebruik bagger en grond Grond Maximale waarde bodemfunctieklasse industrie / Maximale waarde kwaliteitsklasse industrie (droge stof) 2,5 mg/kg
Hergebruik bagger en grond Grond Maximale waarde grootschalige toepassingen op of in de bodem: Maximale emissiewaarde (via gestandaardiseerde uitlogingstoets met Liquid/Solid ratio 10)
Hergebruik bagger en grond Grond Maximale waarde grootschalige toepassingen op of in de bodem: Emissietoetswaarde (droge stof)
Hergebruik bagger en grond Grond Achtergrondwaarde (droge stof; bij toepassing in oppervlaktewater en voor de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam) 0,15 mg/kg
Hergebruik bagger en grond Grond Maximale waarde verspreiden baggerspecie in zoet oppervlaktewater / Maximale waarde kwaliteitsklasse A (droge stof)
Hergebruik bagger en grond Grond Interventiewaarde bodem onder oppervlaktewater / Maximale waarde kwaliteitsklasse B (droge stof) 2,5 mg/kg
Hergebruik bagger en grond Grond Maximale waarde grootschalige toepassingen op of in de bodem onder oppervlaktewater: Maximale emissiewaarde (via gestandaardiseerde uitlogingstoets met een Liquid/Solid ratio van 10)
Hergebruik bagger en grond Grond Maximale waarde grootschalige toepassingen op of in de bodem onder oppervlaktewater: Emissietoetswaarde (droge stof)
 

Toelichtende voetnoot

Voetnoten

1:

Voor de samenstelling van de somparameters zie bijlage N van de Regeling bodemkwaliteit (http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). Bij het berekenen van een somwaarde worden voor de individuele componenten de resultaten < vereiste rapportagegrens AS3000 vermenigvuldigd met 0,7. Indien alle individuele waarden als onderdeel van de berekende waarde het resultaat < vereiste rapportagegrens AS3000 hebben, mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit van de grond of het grondwater voldoet aan de van toepassing zijnde normwaarde. Indien er voor een of meer individuele componenten een of meer gemeten gehalten (zonder < teken) zijn, dan dient de berekende waarde te worden getoetst aan de van toepassing zijnde normwaarde. Deze regel geldt ook als gemeten gehalten lager zijn dan de vereiste rapportagegrens. Het verkregen toetsingsresultaat, op basis van een berekende somwaarde waarin voor een of meer individuele componenten is gerekend met een waarde van 0,7 maal de rapportagegrens, heeft geen verplichtend karakter. De onderzoeker heeft de vrijheid onderbouwd te concluderen dat het betreffende monster niet in die mate is verontreinigd als het toetsingsresultaat aangeeft. Dit geldt bijvoorbeeld als bij een meting van PAK in het grondwater alleen naftaleen in een licht verhoogde concentratie is aangetoond en de overige PAK een waarde < vereiste rapportagegrens AS3000 hebben. Voor die overige PAK worden dan relatief hoge gehalten berekend (door de vermenigvuldiging met 0,7), waarvan kan worden onderbouwd dat die gehalten niet in het grondwater aanwezig zullen zijn gezien de immobiliteit van de betreffende stoffen.

Geldt voor de som van organotinverbindingen

2:

De Streefwaarden grondwater voor een aantal stoffen zijn lager dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze Streefwaarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Het hanteren van een strengere rapportagegrens mag ook, mits de gehanteerde analysemethode voldoet aan AS3000. Bij het beoordelen van het meetresultaat < rapportagegrens AS3000 mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van het grondwater voldoet aan de Streefwaarde. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder< teken), moet dit gehalte aan de Streefwaarde worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000.

Voor de samenstelling van de somparameters zie bijlage N van de Regeling bodemkwaliteit (http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). Bij het berekenen van een somwaarde worden voor de individuele componenten de resultaten < vereiste rapportagegrens AS3000 vermenigvuldigd met 0,7. Indien alle individuele waarden als onderdeel van de berekende waarde het resultaat < vereiste rapportagegrens AS3000 hebben, mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit van de grond of het grondwater voldoet aan de van toepassing zijnde normwaarde. Indien er voor een of meer individuele componenten een of meer gemeten gehalten (zonder < teken) zijn, dan dient de berekende waarde te worden getoetst aan de van toepassing zijnde normwaarde. Deze regel geldt ook als gemeten gehalten lager zijn dan de vereiste rapportagegrens. Het verkregen toetsingsresultaat, op basis van een berekende somwaarde waarin voor een of meer individuele componenten is gerekend met een waarde van 0,7 maal de rapportagegrens, heeft geen verplichtend karakter. De onderzoeker heeft de vrijheid onderbouwd te concluderen dat het betreffende monster niet in die mate is verontreinigd als het toetsingsresultaat aangeeft. Dit geldt bijvoorbeeld als bij een meting van PAK in het grondwater alleen naftaleen in een licht verhoogde concentratie is aangetoond en de overige PAK een waarde < vereiste rapportagegrens AS3000 hebben. Voor die overige PAK worden dan relatief hoge gehalten berekend (door de vermenigvuldiging met 0,7), waarvan kan worden onderbouwd dat die gehalten niet in het grondwater aanwezig zullen zijn gezien de immobiliteit van de betreffende stoffen.

Geldt voor de som van organotinverbindingen

3:

De Streefwaarden grondwater voor een aantal stoffen zijn lager dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze Streefwaarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Het hanteren van een strengere rapportagegrens mag ook, mits de gehanteerde analysemethode voldoet aan AS3000. Bij het beoordelen van het meetresultaat < rapportagegrens AS3000 mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van het grondwater voldoet aan de Streefwaarde. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder< teken), moet dit gehalte aan de Streefwaarde worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000.

Voor de samenstelling van de somparameters zie bijlage N van de Regeling bodemkwaliteit (http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). Bij het berekenen van een somwaarde worden voor de individuele componenten de resultaten < vereiste rapportagegrens AS3000 vermenigvuldigd met 0,7. Indien alle individuele waarden als onderdeel van de berekende waarde het resultaat < vereiste rapportagegrens AS3000 hebben, mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit van de grond of het grondwater voldoet aan de van toepassing zijnde normwaarde. Indien er voor een of meer individuele componenten een of meer gemeten gehalten (zonder < teken) zijn, dan dient de berekende waarde te worden getoetst aan de van toepassing zijnde normwaarde. Deze regel geldt ook als gemeten gehalten lager zijn dan de vereiste rapportagegrens. Het verkregen toetsingsresultaat, op basis van een berekende somwaarde waarin voor een of meer individuele componenten is gerekend met een waarde van 0,7 maal de rapportagegrens, heeft geen verplichtend karakter. De onderzoeker heeft de vrijheid onderbouwd te concluderen dat het betreffende monster niet in die mate is verontreinigd als het toetsingsresultaat aangeeft. Dit geldt bijvoorbeeld als bij een meting van PAK in het grondwater alleen naftaleen in een licht verhoogde concentratie is aangetoond en de overige PAK een waarde < vereiste rapportagegrens AS3000 hebben. Voor die overige PAK worden dan relatief hoge gehalten berekend (door de vermenigvuldiging met 0,7), waarvan kan worden onderbouwd dat die gehalten niet in het grondwater aanwezig zullen zijn gezien de immobiliteit van de betreffende stoffen.

Geldt voor de som van organotinverbindingen

4:

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

als Sn

Geldt voor de som van organotinverbindingen

5:

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

als Sn

Geldt voor de som van organotinverbindingen

6:

In oppervlaktewater wordt geen grond toegepast die niet afkomstig is van de bodem onder het oppervlaktewater en die de Maximale waarden voor de functieklasse industrie overschrijdt.

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

als organotin

Geldt voor de som van organotinverbindingen

7:

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

Niet van toepassing

8:

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

Niet van toepassing

9:

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

als Sn

Geldt voor de som van organotinverbindingen

10:

De Maximale waarden kwaliteitsklasse A zijn gebaseerd op een bepaald Herverontreinigingsniveau (HVN). Voor de stoffen waarvoor geen HVN is afgeleid gelden de Achtergrondwaarden en de toetsingsregels voor de Achtergrondwaarden.

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

11:

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

als organotin

Geldt voor de som van organotinverbindingen

12:

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

Niet van toepassing

13:

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/BijlageN/). De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

Niet van toepassing

Let op!

Geprint op: 12/13/2019 om: 1:22 AM

Controleer de actualiteit van deze gegevens op: https://rvs.rivm.nl

ADR
organische tinverbindingen organische tinverbindingen organische tinverbindingen organische tinverbindingen organische tinverbindingen organische tinverbindingen
UN-nummer 3146
3146
3146
2788
2788
2788
Benaming en beschrijving 3.1.2 ORGANISCHE TINVERBINDING, VAST, N.E.G.
ORGANISCHE TINVERBINDING, VAST, N.E.G.
ORGANISCHE TINVERBINDING, VAST, N.E.G.
ORGANISCHE TINVERBINDING, VLOEIBAAR, N.E.G.
ORGANISCHE TINVERBINDING, VLOEIBAAR, N.E.G.
ORGANISCHE TINVERBINDING, VLOEIBAAR, N.E.G.
Klasse 2.2 6.1 6.1 6.1 6.1 6.1 6.1
Classificatiecode 2.2 T3
T3
T3
T3
T3
T3
Verpakkingsgroep 2.1.1.3 I
II
III
I
II
III
Etiketten 5.2.2 6.1 6.1 6.1 6.1 6.1 6.1
Bijzondere bepalingen 3.3 43 274 43 274 43 274 43 274 43 274 43 274
Gelimiteerde hoeveelheden 3.4 0
500 g
5 kg
0
100 ml
5 L
Vrijgestelde hoeveelheden 3.5.1.2 E5
E4
E1
E5
E4
E1
Verpakkingen: Verpakkingsinstructies 4.1.4 P002 IBC07
P002 IBC08
P002 IBC08 LP02 R001
P001
P001 IBC02
P001 IBC03 LP01 R001
Verpakkingen: Bijzondere bepalingen 4.1.4
B4
B3
Verpakkingen: Gezamenlijke verpakking 4.1.10 MP18
MP10
MP10
MP8 MP17
MP15
MP19
Transporttanks en bulkcontainers: Instructies 4.2.5.2, 7.3.2 T6
T3
T1
T14
T11
T7
Transporttanks en bulkcontainers: Bijzondere bepalingen 4.2.5.3 TP33 TP33 TP33 TP2 TP27 TP2 TP27 TP2 TP28
ADR tanks: Tankcode 4.3 L10CH S10AH
L4BH SGAH
L4BH SGAH
L10CH
L4BH
L4BH
ADR tanks: Bijzondere bepalingen 4.3.5, 6.8.4 TE19 TE21 TU14 TU15
TE19 TU15
TE19 TU15
TE19 TE21 TU14 TU15
TE19 TU15
TE19 TU15
Voertuig voor tankvervoer 9.1.1.2 AT
AT
AT
AT
AT
AT
Vervoerscategorie (Code voor beperkingen in tunnels) 1.1.3.6 1 (C/E)
2 (D/E)
2 (E)
1 (C/E)
2 (D/E)
2 (E)
Bijzondere bepalingen voor het vervoer: Colli 7.2.4 V10
V11
V12
Bijzondere bepalingen voor het vervoer: Los gestort 7.3.3
AP7 VC1 VC2
Bijzondere bepalingen voor het vervoer: Laden Lossen en behandeling 7.5.11 CV1 CV13 CV28
CV13 CV28
CV13 CV28
CV1 CV13 CV28
CV13 CV28
CV13 CV28
Bijzondere bepalingen voor het vervoer: Bedrijf 8.5 S9 S14
S9 S19
S9
S9 S14
S9 S19
S9
Gevaarsidentificatienummer 5.3.2.3 66 60 60 66 60 60

Voetnoten

Giftige stoffen
Giftige stoffen
Giftige stoffen
Giftige stoffen
Giftige stoffen
Giftige stoffen
giftige stoffen
giftige stoffen
giftige stoffen
giftige stoffen
giftige stoffen
giftige stoffen
giftige stoffen
giftige stoffen
giftige stoffen
giftige stoffen
giftige stoffen
giftige stoffen
Indien deze stoffen als pesticiden ten vervoer worden aangeboden, moeten zij worden vervoerd, ingedeeld onder de desbetreffende positie voor het pesticide en in overeenstemming met de betreffende voorschriften voor het pesticide (zie 2.2.61.1.10 tot en met 2.2.61.1.11.2).
De voorschriften van 3.1.2.8 zijn van toepassing.
Indien deze stoffen als pesticiden ten vervoer worden aangeboden, moeten zij worden vervoerd, ingedeeld onder de desbetreffende positie voor het pesticide en in overeenstemming met de betreffende voorschriften voor het pesticide (zie 2.2.61.1.10 tot en met 2.2.61.1.11.2).
De voorschriften van 3.1.2.8 zijn van toepassing.
Indien deze stoffen als pesticiden ten vervoer worden aangeboden, moeten zij worden vervoerd, ingedeeld onder de desbetreffende positie voor het pesticide en in overeenstemming met de betreffende voorschriften voor het pesticide (zie 2.2.61.1.10 tot en met 2.2.61.1.11.2).
De voorschriften van 3.1.2.8 zijn van toepassing.
Indien deze stoffen als pesticiden ten vervoer worden aangeboden, moeten zij worden vervoerd, ingedeeld onder de desbetreffende positie voor het pesticide en in overeenstemming met de betreffende voorschriften voor het pesticide (zie 2.2.61.1.10 tot en met 2.2.61.1.11.2).
De voorschriften van 3.1.2.8 zijn van toepassing.
Indien deze stoffen als pesticiden ten vervoer worden aangeboden, moeten zij worden vervoerd, ingedeeld onder de desbetreffende positie voor het pesticide en in overeenstemming met de betreffende voorschriften voor het pesticide (zie 2.2.61.1.10 tot en met 2.2.61.1.11.2).
De voorschriften van 3.1.2.8 zijn van toepassing.
Indien deze stoffen als pesticiden ten vervoer worden aangeboden, moeten zij worden vervoerd, ingedeeld onder de desbetreffende positie voor het pesticide en in overeenstemming met de betreffende voorschriften voor het pesticide (zie 2.2.61.1.10 tot en met 2.2.61.1.11.2).
De voorschriften van 3.1.2.8 zijn van toepassing.
De transporttank-instructie die aan deze stof is toegekend, is van toepassing op korrelige en poedervormige vaste stoffen en op vaste stoffen die worden gevuld en gelost bij temperaturen boven hun smeltpunt maar die worden afgekoeld en vervoerd als een vaste massa. Voor vaste stoffen die worden vervoerd bij temperaturen boven hun smeltpunt, zie 4.2.1.19.
De transporttank-instructie die aan deze stof is toegekend, is van toepassing op korrelige en poedervormige vaste stoffen en op vaste stoffen die worden gevuld en gelost bij temperaturen boven hun smeltpunt maar die worden afgekoeld en vervoerd als een vaste massa. Voor vaste stoffen die worden vervoerd bij temperaturen boven hun smeltpunt, zie 4.2.1.19.
De transporttank-instructie die aan deze stof is toegekend, is van toepassing op korrelige en poedervormige vaste stoffen en op vaste stoffen die worden gevuld en gelost bij temperaturen boven hun smeltpunt maar die worden afgekoeld en vervoerd als een vaste massa. Voor vaste stoffen die worden vervoerd bij temperaturen boven hun smeltpunt, zie 4.2.1.19.
De in 4.2.1.9.3 voorgeschreven vullingsgraad mag niet worden overschreden.
Er kan van een transporttank met een minimale beproevingsdruk van 4 bar gebruik worden gemaakt indien wordt aangetoond dat volgens de definitie van beproevingsdruk in 6.7.2.1 een beproevingsdruk van 4 bar of minder aanvaardbaar is.
De in 4.2.1.9.3 voorgeschreven vullingsgraad mag niet worden overschreden.
Er kan van een transporttank met een minimale beproevingsdruk van 4 bar gebruik worden gemaakt indien wordt aangetoond dat volgens de definitie van beproevingsdruk in 6.7.2.1 een beproevingsdruk van 4 bar of minder aanvaardbaar is.
De in 4.2.1.9.3 voorgeschreven vullingsgraad mag niet worden overschreden.
Er kan van een transporttank met een minimale beproevingsdruk van 2,65 bar gebruik worden gemaakt indien wordt aangetoond dat volgens de definitie van beproevingsdruk in 6.7.2.1 een beproevingsdruk van 2,65 bar of minder aanvaardbaar is.
deze zijde boven
zeer giftige stof.
giftige of zwak giftige stof.
giftige of zwak giftige stof.
zeer giftige stof.
giftige of zwak giftige stof.
giftige of zwak giftige stof.

Let op!

Geprint op: 12/13/2019 om: 1:22 AM

Controleer de actualiteit van deze gegevens op: https://rvs.rivm.nl

Toelichtende voetnoten